to homepage Rob Cassuto   to ESSAYS

               
HET VERHAAL VAN ESTER OFWEL DE KEER VAN HET LOT
verteld voor oudere kinderen
© Rob Cassuto

Het feest van de koning; de koningin afgezet

Lang geleden was er een koning, die heette Achasjverosj. Hij was koning over het gigantisch rijk van de Meden en de Perzen. Dat strekte zich uit van India tot Ethiopië in Afrika. inhoud
Toen de koning twee jaar had geregeerd vond hij het tijd worden om eens lekker uit de bol te gaan. Hij gaf een enorm feest in de hoofdstad Sjoesjan en in het koninklijk paleis. Aan het slot gaf jij een groots feestmaal, dat wel een week duurde. Alle belangrijke mannen van de Perzen en Meden namen er aan deel, de ministers, de generaals, de gouverneurs, de grootvorsten en de hertogen. Op de laatste dag ging het dronkemansgesprek aan tafel bij de koning over wiens vrouw het mooist was. De koning schreeuwde nog het hardst; behoorlijk aangeschoten stond hij wankelend op en riep:
- Mijn koningin Vasjti is het allermooiste, je moet haar zien om het te geloven. Haal haar maar, schreeuwde hij naar zijn dienaren, haal koningin Vasjti maar hier en zeg, dat ze alleen haar kroon draagt!
De dienaren betraden de zaal van het vrouwenpaleis, waarin koningin Vasjti een feestmaal gaf aan de dames. Om de beurt hakkelden ze:
- Majesteit, … - Sta ons toe…- de wil van uw echtgenoot, de koning, over te brengen….. om met ons mee te komen naar de koning … gekleed in eh … alleen uw kroon … om voor hem een dans uit voeren ….
Koningin Vasjti werd doodsbleek. Ze vermande zich, stond op en zei moedig:
- Nee! Ik kom niet. Zeg aan mijn heer, de koning, dat ik niet kom naar zijn dronkemansfeestje.

Toen de koning dat hoorde riep hij onmiddellijk de ministers bijeen. Hij zei
- Wat doe je met een koningin die het bevel van een koning niet opvolgt?
De koning was woedend en dan moet je oppassen! De eerste minister trok de stoute schoenen aan:
- Majesteit, het is vreselijk tegenwoordig. Ook mijn eigen vrouw heeft dat soort kuren en de vrouwen van mijn collega's, ja de vrouwen in heel uw rijk worden met de dag ongehoorzamer. Als de vrouwen ook nog horen dat de koningin niet naar u luistert en dan niet eens straf krijgt, is het hek van de dam. Laat uwe majesteit een wet afkondigen, waarin bekend wordt gemaakt, dat koningin Vasjti geen koningin meer is en waarin nog eens duidelijk gezegd wordt dat de man de baas is.
Dat vond de koning een goed idee. Boodschappers vertrokken spoorslags naar alle delen van het rijk met in alle talen de boodschap: de man is de baas in huis en daarom is de ongehoorzame koningin Vasjti afgezet .

Wie wordt de nieuwe koningin?


Toen de koning weer gekalmeerd was miste hij die mooie Vasjti toch heel erg; hij werd iedere dag verdrietiger en kwam op den duur zijn bed niet meer uit. De dienaren van de koning en de ministers maakten zich grote zorgen, wat moesten ze daaraan doen? Ze vonden een oplossing. Ze startten een landelijke actie: WIE WORDT DE NIEUWE KONINGIN? Net zoiets als idols, maar dan voor een nieuwe koningin, weet je wel. In alle provincies en ook in de hoofdstad Sjoesjan werden alle mooie meisjes opgeroepen.
In Sjoesjan woonde ook Mordechai. Mordechai was een Jood. Hij zorgde voor zijn nicht, die geen vader en moeder meer had. Ze heette Hadassa. Hadassa was heel lief en mooi. Ze werd dan ook door de scouts van de koning ontdekt en naar het paleis gebracht. Toen Hadassa in tranen afscheid nam van haar oom zei deze:
- Hadassa, zeg niet dat je een Jodin bent!
- Waarom niet oom?, vroeg ze
- Ik heb een voorgevoel. Soms hebben mensen wat tegen ons. Zeg dat je Ester heet.
- Ester?
- Ja, Ester. Dan denken ze dat je naar de Perzische godin Isjtar bent genoemd.

Ester kwam gemakkelijk de eerste ronde door. Ze werd genomineerd voor de finale. Het meisje had een natuurlijke schoonheid, ze straalde van buiten en van binnen. Toen was het de beurt aan Ester voor haar nacht bij de koning. Iets bijzonders moet er gebeurd zijn, want de koning zei de volgende ochtend tot haar:
- Je hebt me heel blij gemaakt.
- Ik ben ook blij dat u blij bent, mijn heer, zei Ester
- Ester, ik geloof dat ik van je hou, fluisterde de majesteit. Dat had hij nog nooit tegen iemand gezegd.

Zo werd Ester gekozen tot de nieuwe koningin. Al die tijd had ze contact gehouden met oom Mordechai. Die was ambtenaar in een van de ministeries. Hij had een kamer in het kantoor bij de paleispoort. Op een dag luisterde hij toevallig een gesprek af, dat plaats vond in een kamer naast de zijne: twee generaals waren vreselijk boos op Achasjverosj; ze hadden het over een plan om hem te vermoorden. Mordechai schreef snel een briefje en liet dat aan koningin Ester bezorgen, die het weer doorbriefde aan de koning. De opstandige generaals werden gearresteerd, voor de rechter gebracht en ter dood veroordeeld. Dat werd opgeschreven in het grote dagboek van de koning: Mordechai heeft de koning gered.

Haman en de Joden

Intussen was er een nieuwe ster was aan het hof verschenen: Haman. Haman, werd de baas over alle andere ministers als oppergrootvizier en alle mensen moesten knielen en buigen als Haman voorbijkwam. Dat deden ze dan ook, behalve Mordechai. Zijn collega's waarschuwden hem, iedere dag weer:
- Mordechai, je waagt je leven; straks merkt Haman, dat je als enige overeind staat. Buig toch even, zo erg is dat niet.
Maar Mordechai hield voet bij stuk. Ze waren verbaasd over Mordechai's koppigheid en smoesden met elkaar:
- Wat is er met die Mordechai aan de hand?
- Hij houdt wel vol, die koppige ezel.
- Ik snap het wel. Hij is een Jood en die mogen niet knielen, niet voor beelden, niet voor mensen, alleen voor hun God.
- Aha, een Jood, ja, die hebben zo hun vreemde dingen
- Laten we Haman maar eens vertellen over die Mordechai. Kijken hoe lang hij het volhoudt, dat niet buigen.

Toen Haman, hoorde over Mordechai, dat deze nooit één keer gebogen had en dat hij een Jood was, werd hij razend. Haman had een bloedhekel aan Joden, hij kwam uit het volk van Amalek en dat volk was vroeger door de Joden verslagen.
- Joden, dacht hij zichzelf, Joden hebben mijn voorouders gedood, op die Joden zal ik wraak nemen, dit is mijn kans. Nu ik de macht heb ga ik de Joden ombrengen in alle provincies tot er in het hele rijk geeneen meer over is.
Hij ging onmiddellijk naar de koning en zei:
- Majesteit, er is een belangrijke zaak te bespreken, het betreft de Joden.
- Joden, wie of wat zijn dat?, de koning werd wakker uit zijn middagslaapje
- Het is een volk in uw midden, dat een gevaar is voor uw rijk van Meden en Perzen. Ze hebben veel te veel hun eigen gewoonten. Ze hebben sluwe plannen om de baas te worden. Geef mij de opdracht om deze kwestie voor u op te lossen!
- Beste Haman, het zal wel goed zijn; vaardig maar een wet uit en doe wat jij het beste vindt, hier is mijn zegelring, zei de koning en nam een flinke slok wijn, ook een beker? Dit is een prima wijntje, Haman, schuif aan.

Er werd door Haman een dag gepland voor het doodmaken van de Joden: het viel op de dertiende dag van de joodse maand Adar. Er werden brieven opgesteld: over een paar maanden, op die 13 Adar, moesten alle Joden, van jong tot oud vermoord worden. Boodschappers vertrokken weer naar alle provincies met in alle talen deze vreselijke boodschap.

Tot in de uithoeken van het rijk raakte het duivelse plan bekend, overal klaagden de Joden luid en hulden zich in zak en as. Ook Mordechai liep in zak en as naar zijn kantoor en daar ging hij voor de deur zitten. Hij stuurde een brief naar koningin Ester met het verzoek aan haar om naar de koning te gaan en om genade te smeken voor haar volk.
Ester schreef terug:
- Liefste oom Mordechai, u weet toch, dat iemand die zomaar zonder uitnodiging bij de koning binnenvalt onmiddellijk een kopje kleiner wordt gemaakt. Dat geldt zelfs ook voor de koningin. Behalve als hij zijn gouden scepter toesteekt… Uw liefhebbende dochter Ester.
Mordechai schreef terug:
- Mijn lieve Ester, misschien ben je juist daarom koningin geworden: om ons joodse volk te redden. Je moet in dit bange uur iets doen. Je liefhebbende oom Mordechai.
Ester antwoordde:
- Mijn lieve oom en vader, roep alle Joden in de hoofdstad Sjoesjan bij elkaar. Jullie moeten drie dagen lang niets eten, vasten, en bidden. Ik zal met mijn hofdames hetzelfde doen en dan ga ik naar de koning. Een groet van uw doodsbange maar vastbesloten nicht.

Het verzoek van koningin Ester; de val van Haman

Op de derde dag kleedde Ester zich in haar mooiste koninklijke jurk en ging door de binnenhof naar de troonzaal. Ze ging net voor de ingang van de troonzaal staan. De koning Achasjverosj kreeg zijn mooie vrouw in het oog. Opeens had hij dat warme gevoel weer terug. En hij was nieuwsgierig. Wat zou ze willen? Hij stak haar zijn gouden scepter toe! De koning zei:
- Kom hier Ester, lieve koningin van mij, ik zie dat je me iets wil vragen. Al is het de helft van mijn rijk, ik zal het je geven.
Het was alsof een helder licht in haar geest viel. Beheerst vroeg ze:
- Mijn heer, mag ik u uitnodigen om vandaag in het vrouwenpaleis bij mij te komen eten, samen met de oppergrootvizier Haman.
- Goed. Haal Haman, beval de vorst zijn personeel, wij zullen komen.

Zo zaten verderop die dag Achasjverosj en Haman aan tafel bij koningin Ester.
De koning nam een flinke slok uit zijn beker wijn en nieuwsgierig en ook ongerust vroeg hij:
- Ester, ik zie dat heel graag iets wil vragen. Kom, zeg het mij en laat me weten wat je wilt; Je krijgt het, al is het mijn halve koninkrijk.
- Mijn heer en echtgenoot, wat ik zou wensen – ze aarzelde even - , wat ik heel graag zou willen is ….. is dat u en Haman morgen weer bij mij komen eten. Dan zal ik echt antwoord geven.
- Okee, wij zullen komen, zei de koning.

Haman verliet het paleis in opperbeste stemming. Maar dat duurde niet lang. Hij kwam door de koningspoort en daar zag hij Mordechai zitten. Haman lette scherp op. Zou Mordechai eindelijk buigen en knielen als hij langs hem kwam gereden of zou hij inderdaad blijven zitten? Ja hoor, hij bleef gewoon zitten. Thuisgekomen vroeg zijn vrouw hoe het met hem ging.
- Het gaat allemaal prima, zei Haman. De koningin heeft mij tot twee keer toe samen met de koning uitgenodigd. Ze keek me met een heel speciale blik aan. Ik denk dat ze een plannetje met mij wil uitvoeren. Wie weet wil ze dat ik koning wordt in plaats van Achasjverosj. De koningsmantel zou mij best goed staan, wel? De enige smet op mijn geluk is de Jood Mordechai; hij blijft gewoon op z'n krent zitten, als ik voorbij kom.
- Richt een galg op, zo'n hoge van vijftien meter, zei zijn vrouw, en vraag de koning morgen of je hem op mag hangen, daar knapt je humeur vast van op.
Zo werd er nog diezelfde dag een enorme galg opgericht voor Mordechai.

Die nacht kon Achasjverosj de slaap niet vatten. Allerlei zorgen speelden door zijn hoofd. Wat wilde koningin Ester in hemelsnaam. Had Haman een geheim plannetje? Hing er weer de zoveelste aanslag in de lucht? Wie zouden een reden kunnen hebben om hem, de koning, te vermoorden?
Midden in de nacht liet hij zijn voorlezer komen om hem uit het koninklijk dagboek te laten voorlezen. Zo tegen de ochtend las deze het stuk voor over hoe dank zij de tip van Mordechai een moordaanslag door twee generaals – alweer jaren geleden - was voorkomen.
- Heeft die Mordechai daar nog iets voor gekregen, een ridderorde of een andere beloning?, vroeg de koning.
- Neen, uwe majesteit, niets.
- Daar moet iets aan gedaan worden. Laat onmiddellijk een minister komen, beval de koning.
- Daar komt de oppergrootvizier Haman net aan, zie ik, zei de voorlezer.
Haman kwam binnen en wilde net over Mordechai beginnen, maar de koning gaf hem geen kans en vroeg:
- Haman, stel dat jij koning was, hoe zou jij dan iemand belonen die jou een dienst heeft bewezen?
Hij bedoelt mij natuurlijk!!, dacht Haman en hij zag zijn ster nog hoger rijzen.
- Majesteit, een koningsmantel zou ik uit uw kast halen en uit de koninklijke stallen een paard. En één van uw ministers moet hem die mantel omdoen en hem op het paard zetten en hem over het stadsplein laten rijden, en die minister moet dan voor hem uit lopen en roepen: zo beloont de koning zijn vriend!
- Juist, zei de koning, zo moet het gebeuren. Haal die mantel en dat paard, Haman, jij bent de man die dit mag uitvoeren en de man die ik zo wil belonen is Mordechai.
Oeff! Haman gaf geen kik. Hij deed zoals hem bevolen was en leidde de met koningsmantel getooide en op het koninklijk paard gezeten Mordechai over het grote plein.
- Ajajaj, zei de vrouw van Haman, toen ze dat alles van haar man hoorde, dat belooft niet veel goeds.
En Haman begaf zich met een onheilspellend gevoel in zijn maag naar de eetzaal van koningin Ester.

Zo zaten ze voor de tweede maal voor een uitgebreid diner aan tafel, alle drie, Ester, Achasjverosj en Haman. De koning nam een flinke slok uit zijn beker wijn en nieuwsgierig en ongerust vroeg hij dringend:
- Ester, ik zie dat je heel graag iets wil vragen. Kom, zeg het mij nou en laat me weten wat je wilt; al is het mijn halve koninkrijk.
Nu was het moment. Ester waagde de sprong.
- Majesteit, geliefde echtgenoot, als ik u nog maar een beetje van mij houdt: laat mij dan leven!
- leven?, vroeg de koning stomverbaasd
- Ja, laat mij leven, mij en mijn volk, zei Ester
- Jouw volk?
- Het joodse volk, mijn heer, ik hoor bij het joodse volk en het plan is gemaakt om ons te doden!
- Wie zou zoiets nou doen, vroeg de vorst verbijsterd.
- Die daar!
Ester wees op Haman.
- Die man daar, die ellendeling, dat is de vijand.

De koning sprong op en wit van woede rende hij de tuin in.
Haman kromp ineen van angst. Hij kroop op handen en voeten naar de rustbank waarop Ester lag. Hij smeekte om zijn leven.
- Genade, heb genade, spaar mijn leven!
Met die woorden liet hij zich half op de rustbank vallen en greep de koningin om haar middel.
Net kwam de koning weer binnen.
- Ook nog de koningin versieren, nog wel in mijn eigen huis, schreeuwde hij.
- Er staat al een galg, een hoge van vijftien meter, bij Haman's huis, zei een van de kelners fijntjes. Die heeft hij opgericht voor Mordechai, u weet wel, de man die uwe majesteit ooit het leven heeft gered.
- Hang de man Haman daaraan, beval de koning.
Zo gebeurde het. Wie een galg opricht voor een ander, komt er zelf aan.
Haman werd gehangen. Mordechai werd oppergrootvizier in Hamans plaats.

de Joden gered; het Poerim feest

Er bleef echter nog een reusachtig probleem over: het bevel van de koning aan zijn onderdanen om de joden uit te roeien stond nog steeds levensgroot overeind. En tot overmaat van ramp betrof het hier een wet van Meden en Perzen en zo'n wet mag je nooit meer ongedaan maken. De koning gaf Mordechai opdracht een oplossing te verzinnen. Mordechai had een geniale inval.

De rampzalige wet van de koning kon je inderdaad niet meer herroepen, dat is waar, maar er kon wel een nieuwe wet worden gemaakt, die zei dat de Joden zich op die fatale dertiende dag van de maand Adar mochten verdedigen.
De allersnelste paarden uit de koninklijke stallen werden ingezet en daar trok weer een leger van boodschappers erop uit om van India tot Afrika aan alle volken in het rijk– inclusief natuurlijk de joden zelf – de nieuwe wet bekend te maken: de Joden zich op 13 Adar mogen zich tegen hun vijanden verdedigen en ze mogen zich daarop mochten voorbereiden.

De Joden waren onbeschrijflijk opgelucht. Toen de dertiende dag van de maand Adar was aangebroken waren ze uitstekend voorbereid. Vele vijanden die ondanks alles toch hun kans roken om Joden aan te vallen lieten het leven, zowel in de provincies als in de hoofdstad Sjoesjan.
Zo was een grote ramp afgewend. Verdriet was veranderd in blijdschap. Wanhoop was veranderd in vreugde. De tijd van feesten aangebroken. Haman was dood, Mordechai de nieuwe oppergrootvizier. En die stelde samen met koningin Ester een nieuw feest in, een feest voor de Joden om hun redding uit angst en ellende te gedenken: het feest van Poerim. En Poerim werd overal in de provincies van het rijk van Meden en Perzen gevierd met heerlijk eten, met blijdschap en giften aan de armen.
En zo wordt het nog steeds gevierd en zo zal het in de toekomst gevierd worden, zelfs nog in de tijd, als de masjieach is gekomen.

voor een uitgebreidere 'volwassen' parafrase
klik hier

inhoud

het feest van de koning

wie wordt de nieuwe koningin?

Haman en de joden

het verzoek van koningin Ester, de val van Haman


voor een uitgebreidere 'volwassen' parafrase
klik hier