to homepage Rob Cassuto                   to Dutch columns

spreuk van de week:"As nothing is more easy than to think, so nothing is more difficult than to think well". (Thomas Traherne)
spreuk van de dag:„Democratie is samenleven met verschil”

Is de waarheid van je verlichte ziel
• zo dichtbij dat je hem niet herkent?
• zo diep, zodat je hem niet naar waarde kan schatten?
• zo eenvoudig, zodat je hem niet kan geloven?
• zo goed, zodat je hem niet kan geloven?

leven begint vol zin


chemo stuff


Vanmiddag keerde ik terug uit Amsterdam na een verblijf van ruim een etmaal in het Academisch Medisch centrum. Gisteren arriveerde ik daar even na tienen om een behandeling van de foute plek op mijn lever te ondergaan. Om een uur of twee was ik voorzien van een infuus met een zoutoplossing en antibiotice en gekleed in mijn moderne kortbroekige pyjama en werd ik luxueus gereden in mijn ziekenhuisbed naar de afdeling radiologie, waar het team, aangevoerd door prof. L., mij opwachtte.

De procedure – met de naam chemo-embolisatie - zou zijn het inbrengen van een hele dunne katheter via de liesslagader richting lever en de plek des onheils. Daar aangekomen zou een chemobommetje worden losgelaten, een heel modern spul, chemobolletjes die zich specifiek zouden richten op de criminele cellen om die tot afsterving te brengen.

Er werd een ingangskanaal in de lies gemaakt en de reis van de katheter begon, eerst geleid door de assistent annex leerling radioloog en daarna overgenomen door de prof. Dat was nog geen sinecure het geleiden van de katheter door het kronkelig en bochtig labyrint van bloedvaten. Het duurde wel een uur met veel getuur op de schermen van de CT scan, die het leidbeeld gaven, een en ander gepaard met veel gemompel en gebromd onderling commentaar op de voorspoedige dan wel tegenvallende episodes in het sturen van het instrument.
Ik hoorde alles toe en leefde uiteraard sterk mee met de handelingen van de vaardige radiochirurg en zijn pupil. Het vereiste een veel goede stuurmanskunst maar eenmaal op de plaats van bestemming was het chemobommetje snel gedropt. Van de kant keken de vertegenwoordigers van de farmaceutische fabriek, die deze avant-gardistische stuff hadden geleverd (na aan mij gevraagde en natuurlijk niet geweigerde toestemming) toe.

Na de ingreep werd een drukverband gelegd om het slagaderlijke wondje in de lies, en moest ik – eenmaal terug op mijn verpleegafdeling - 6 uur op de rug liggen met gestrekte benen om de wond de gelegenheid te geven te dichten. In het begin van de avond kwam mijn goede en lieve vriendin M. mij opzoeken. Daarna zapte ik wat op de TV die schuin boven mijn bed gemonteerd op mij toezag, zag o.a. hoe drie schilders Brigitte Kaandorp op het doek aan het zetten waren onder leiding van Hanneke Groenteman. Na tienen mocht ik weer overeind. De nacht was redelijk.
Vanochtend weer een echo en ik mocht meekijken naar het voorlopige resultaat: waar eerst een witte vlek de tumor aangaf gaapte nu een zwart gat, wat erop wees dat de chemo op zijn plek zat een zijn destructieve maar positieve werk was begonnen.
Oef, gelukkig maar, dank aan de prof en toda raba lashamajiem. De kundige radioloog was ook tevreden en zo ging ik opgelucht terug naar mijn verpleegkamer en werd even later afgehaald en naar huis gereden door die lieve M.

Wie blijft je nou bij van zo’n dag AMC?
Natuurlijk professor L., een bedaarde vijftiger, zich afkomstig uit Groningen bekennend toen ik naar de herkomst van zijn naam vroeg.
Zijn verpleegkundig assistent K., een kwieke en vrolijke landgenoot van Chinese afkomst.
De baliemedewerkster van de verpleegafdeling, vooral door het heerlijke vette Amsterdams accent en haar knappe snoet, omlijst door een helblonde haar-waterval, en onberispelijk lenig figuurtje waarmee ze levendig door afdeling danste; ja ze moet vroeger in zo’n beat dansgroep hebben gezeten, ze was bij nader toezien toch al om en bij de veertig.
De verpleger, die mij ’s-avonds onder zijn hoede had, Y. geheten, een pikzwarte man van medio twintig.
Hij was geboren in Rwanda en op zijn zestiende hier gekomen. In de tien jaar dat hij hier was had hij perfect Nederlands geleerd. Wat zou zijn verhaal zijn…

Op de kamer, die een weids uitzicht over het Amstelland bood, lagen twee oude heren. Een daarvan was meneer Harry de K. , 81 jaar, die hier voor zijn ontstoken voet was. Was ooit in zijn jonge jaren een ‘wagon opgekomen’. Altijd last van gehouden vele ziekenhuisbezoeken, en vooral de laatste jaren als zware diabeet werd het een ramp. Een spraakzaam man, voortduren in gesprek met de verpleegsters die om de haverklap iets medisch met zijn zware lijf moesten doen, en ook met zich zelf bleef hij in gesprek als ze weer weg waren, ‘…ach ja, zo gaat dat …’of dergelijke verzuchtingen ontsnapten constant zijn markante hoofd met nog veel haar en een haakneus. Gister zei hij al jaren in een aanleunwoning in Purmerend te wonen, alleen en hij maakte de indruk van een eeuwige vrijgezel; een van de eerste dingen die hij zei was dat het met zijn ongelukkige voeten niet meer mogelijk was buiten de deur te komen om een vrouwtje te vinden. Maar vandaag op de valreep bleek dat hij tientallen jaren getrouwd was geweest (en gescheiden), zes dochters en één zoon had, die chirurg was in Boston. En wat was zijn passie geweest: dansen. ‘Maar ja dat kan niet meer, een beetje schuifelen nog, maar welke vrouw wil dat nog met mij’. En ik keek naar die ongelukkige voeten van hem, die omzwachteld waren met watten en verbanden, het leken wel twee grote bokkepoten.


Byron Katie en God

Dit is wat Byron Katie zegt:
I love God. And God is what is. I weep at my devotion. Because the good in it is so clear to me. Nothing happens that is
not for the good. And if I can’t see that, I’m insane, and I suffer.

Dans mee met Matt, leuk kleurrijk, verbindend, speels, planetair:

 

Is God een persoon?

Volg deze interessante uiteenzetting van prof. Moshe Halbertal, weliswaar storend onderbroken door de interviewer

Karl Barths ’Römerbrief’ uit 1922

In dagblad Trouw schrijft Erik Borgman over Karl Barths ’Römerbrief’ uit 1922: "
Voor Barth was het optimistische idee van een synthese tussen cultuur en geloof principieel onmogelijk; God is de ’geheel Andere’, voor mensen nauwelijks te bevatten. Wie er anders over denkt,verwart geloof met religie, meent Barth, en maakt zich schuldig aan ’natuurlijke theologie’."

Dat doet toch heel erg denken aan Emanuel Levinas' opvatting over G-d als de volstrekt Andere. Ik vermoed dat de opvattingen van beiden, al zal Barth vanuit christelijke traditie en met christelijke terminologie schrijven, niet eens zover uit elkaar liggen.

Zou ik meerdere levens hebben dan zou ik mij gaag in de Brief aan de Romeinen van Barth willen verdiepen.

5 juli 2008

Noam Chomsky en Israël

Laatst zag ik een interview met Noam Chomsky, de beroemde linguist en politieke criticaster van Israel en de USA. Ik verbaasde mij over zijn rabiate kritiek op Israel, temeer daar hij stelde dat hij in zijn jeugd een zionistische activist was; verder stelde hij, dat zionisme inhield, dat je tegen een Joodse staat was. Daarom heb ik - zij het snel en oppervlakkig - op internet wat bij elkaar gesurfed vanuit de vraag hoe dat nu zat met Chomsky en het zionisme. Veel info vond ik op een site van het MIT.

Dat gaf een kijkje in de complexe wereld van Joodse zionistische groepen voor en vlak na de Tweede Wereldoorlog in de Verenigde Staten en het toenmalige Palestina. En dan blijkt hoe de meeste zionistische groepen in die jaren diep geworteld waren in het socialisme en dan vooral het communisme in zijn verschilde gedaanten, Trotskisme, Leninisme, Stalinisme en ook anarchisme. Een van die groepen, die vooral aan de amerikaanse universiteiten floreerde was 'Avukah' (fakkel), een andere was 'Hashomer Hatzair', die in vele landen en ook in de US veel aanhang had. In die groepen was het socialistische ideaal belangrijker dan Joods nationalisme, dat zelfs afgewezen werd als een kapitalistische uitwas.
In het spectrum van opvattingen was aan de ene pool nog wel plaats voor een Joodse staat in Palestina, maar dan op socialistische basis met een bevolking waarin Joden en Arabieren geheel gelijkwaardig zouden samenwerken. Aan de andere pool was men tegen een Joods karakter van de natie: het zou een neutrale staat moeten zijn voor zowel Joden als Arabieren. Er was vooral voor de oorlog - ondanks de toen al bestaande spanningen en terroristische voorvallen - nog hooggestemd idealisme over hoe een Joodse voorhoede de Arabieren uit hun feodale toestand zouden kunnen bevrijden.

Chomsky was geen lid van deze groeperingen maar er wel aan gelieerd en erdoor beinvloed door zijn intellectuele vrienden.
Toen de staat Israël werd gesticht in 1947/1948 was hij tegen. Hij was bang dat de socialistische instellingen zouden verdwijnen en dat het binationale karakter van Palestina geen kans meer zou maken en zou wijken voor een overheersend Joodse en door de Joodse religie bepaalde staat. Toen hij korte tijd in Israël woonde, in 1953 en dacht over vestiging aldaar, zag hij dat niet-Joden makkelijk gemarginaliseerd werden.
Tot zover deze inventarisatie van Chomsky's zionistische achtergrond.

Gezien Chomsky's uitlatingen in het vermelde interview lijkt het of hij de anarchistisch-zionistische idealen uit begin-veertiger jaren van de vorige eeuw nog onveranderd als meetlat gebruikt om de staat Israël te beoordelen.
Al in december 1947 sloeg het uur van het compromis: toen de onafhankelijkheidsverklaring in aller ijl moest worden gesmeed zag Ben-Gurion zich gevangen tussen religieuze gedelegeerden, die eisten dat de Eeuwige zou worden vermeld en marxisten die daar niets van moesten hebben; Ben-Gurion vond het compromis door te in de verklaring op te nemen 'ons vertrouwen in de Rots van Israël'.

Intussen heeft Israël zich ver verwijderd van die natie van socialistische kibboetsen, pioniers en idealisten. Chomsky merkte bitter op, dat Israël is veranderd in een kleine replica van van het rücksichtloos kapitalistiche Amerika. De pioniers ploegen niet meer bezield door een socialistisch ideaal in weerbarstige grond, eten niet collectief in de gezamenlijke eetzaal en staan de kinderen niet meer af ter collectieve opvoeding.

Israël is overgeschakeld van het zionistisch ideaal naar een koortsig kapitalisme. Nieuwe technologieën spelen daarbij een belangrijke rol.
New York Times columnist Thomas Friedman, op bezoek in Israel, meldt in een column van 8 juni, hoe de booming business van de IT technologie volgens hem de garantie vormt voor overleving in het boze Midden-Oosten: Israël is overgeschakeld van sinaasappel op software, van Jaffa op Java. Internationale concerns van naam investeren in Israëls digitale ondernemingen en stichten research en development afdelingen.
Na de USA, Europ en China trekt Israël het meeste durfkapitaal ($ 572 miljoen, 1/3 van Europa en niet veel minder dan China) aan voor investeringen in startende ondernemingen.

Op een of andere manier kan ik de bitterheid van Chomsky begrijpen. Niet inzover het betrekking heeft op het niet gerealiseerd zijn van een of andere zionistische vorm van communisme, marxistisch-leninisme of anarchisme, zaken die hopeloos gefaald hebben als menselijke samenlevingsprojecten. Wel inzoverre het ideaal van een humanistische samenleving waar religie, nationaliteit, afkomst geen barriere vormen voor het in gelijkwaardig werken aan een gemeenschappelijke welvaart en een wederzijs welzijn verre van verwezenlijkt zijn.

Maar ook kan ik een gevoel van trots niet vermijden, als ik lees hoe het vernuft in Israël toch steeds weer nieuwe wegen vindt om zich te manifesteren in produkten die wereldwijd hun nut bewijzen en afzet genereren.
Maar dan houdt ik mijn hart weer vast en vrees voor het doorzetten van het amerikaans kapitalisme in een ongebreideld en onspiritueel materialisme, dat geen oog heeft voor andere zaken dan de eigen lust en luxe. Het religieus isolationisme en het extreme exclusivisme van de Charedim biedt daar toch geen oplossingen voor. Een middenweg, waarin moderniteit zich paart aan enige erkenning van een transcendentale bedoeling met Jodendom, Israël en de wereld, daarin moet het toch gezocht worden.

Het moet iets te maken hebben de opdracht aan de Israëlieten in Ex. 19:6 om een heilig volk te zijn. Israël - zowel de staat als het internationale Jodendom, het klal Jisraeel - heeft een missie in de wereld, een taak die uiteindelijk ten goede is. Een soort Jesajaanse visie moeten we niet kwijt raken; niet zozeer hoeft dan niet de leeuw naast het lam te liggen - laat de leeuw de essentie van zijn leeuw zijn behouden en ook het lam - , maar een groter wonder zou zijn dat Israël in vrede en vreugde met zichzelf samenleeft en, last but not least, met Arabieren en Iranezen en een zegen kan zijn voor de omwonende naties.
Dat is natuurlijk nog heel ver weg, maar onvermijdelijk leidt de weg daarheen.

Wat ik Chomsky kwalijk neem is dat zijn hart voor Israël zo kil is en dat zijn zionistische desillusie stremt tot extreme standpunten, waar uiterst links en uiterst rechts elkaar lijken te raken.

RC 28 juni 2008

3 romans

De laatste weken weer eens romans gelezen.

Mystiek lichaam van Frans Kellendonk.
Hilarische verstrikkingen tussen vader,zoon, dochter en haar Joodse partner van wie ze een kind krijgt. Samen is die groep verenigd in de villa van de vader en ze teisteren elkaar met hun frustraties, dromen en vooroordelen. Zowel de ooit katholieke familie als de Joodse gastvriend worden meesterlijk over de hekel gehaald. De roman is op bepaald niveau vol symboliek en metafoor voor maaatschappelijke en religieuze verhoudingen. De beschuldiging van antisemitisme lijkt mij ongegrond.
Alle partijen krijgen hun gram. Gelijke monniken, gelijke kappen, als ik dat beeld kan gebruiken.

Tijdperk van Wonderen van Aharon Appelfeld. Vanuit het perspectief een man die zich zijn jeugd als dromerig en sensitief kind in het Oostenrijk van de dertiger jaren herinnert en beschrijft hoe het net van het antisemitisme en de ondergang zich onontkoombaar sluit rond zijn Joodse vader, die als volstrekt zich geassimileerd wanend bekend schrijver de tekenen des tijds hardnekking ontkent. In sensitieve waterverfkleuren geschilderd komt het proces van langzame uitstoring naar onvermijdelijke ondergang extra schrijnend naar voren.

Omtrent Deedee van Hugo Claus stond jaren ongelezen in mijn kast.
Ter nagedachtenis aan de pas overleden schrijver van de plank gepakt.
Een boek waarin de door en door Vlaamse familie Heylen bij elkaar komt in de pastorie van de pastoor (met bijnaam Deedee) om de sterfdag van Moeder te herdenken, een glaasje te drinken en Deedee doet allengs gewoon mee. De pastoor, de broers, zussen, aangetrouwde Italiaanse man en een van de kinderen, puberzoon Claude, raken steeds meer verzeild in uitspelen van oude frustraties in een wat schimmige en dichte sfeer van tevergeefs verhulde erotiek, in de beschrijving waarvan Claus in zijn element is. Dramatisch eindigt alles in de zelfmoord van de homoseksuele zoon Claude die tevergeefs de pastoor (vermoedelijk zelf ook homo) om hulp aanklampt. Een voorproeve van 'Het verdriet van België'.
Ik trof op het in dit opzicht onvolprezen internet een passage aan uit een oud interview van H.U. Jessurun d'Oliveira met Claus deze passage aan: "
Omtrent Deedee is mijn meest realistische boek, althans realistisch in de zin waar wij het over hebben. Omdat dat vrijwel volgt wat ik meegemaakt heb. Ik heb veel achtergronden ingevuld die er niet waren, maar de story is... ik was erbij."

RC 090408

engelen

de liefde splinters bliksem
boorden zich in zand, engelzaad
dat was ooit voor het begin

nu hokken verloren achter uniformen van leerhuid
verscholen in karaktervlees de engelen,
vergeten achter maskers van staal,
gezegeld met rode hars
gedoofd in pluche bandages,
smeulen ze nog
schroeien een pijnpunt
een steek in de zon
een barm in het hart

ook in mij in jou
boezemen ze ruimte
bloesemen uitslag
zweren ze geestig de leegte
ijlen een rebus

vrij me ijver me los verlos mij

19 mrt 2008

Wilders, Joden en Moslims: het statement van Harry de Winter

"Als Wilders hetzelfde over Joden (en het Oude Testament) gezegd zou hebbe nu over Moslims (en de Koran) uitkraamt, dan was hij allang veroordeeld wegens antisemitisme."

Dat was de inhoud van een paginabrede advertentie op de voorpagina van de Volkskrant van 17 maart. De tekst was van ex-DJ Harry de Winter mede namens Een Ander Joods Geluid.

Mijn eerste reactie was, Jéé, die is raak. Maar niet niet lang daarna doemden toch bedenkingen op tegen dit statement.

Voorzover de geschiedenis van het Joodse volk laat zien hoe discriminatie kan leiden tot onderdukking, vervolging en tenslotte genocide, is het een waarschuwing voor waar sprake is van ongenuanceerde en ophitsende taal wordt gebruikt tegen een bevolkingsgroep. Daar heeft het statement van de Winter een punt.

Ik ben echter bang dat het statement van De Winter meer overhoop dan haalt dan dat het verheldert.De hele discussie is al ingewikkeld genoeg.
Om te beginnen: het is altijd gevaarlijk Joden, antisemitisme en impliciet daarmee altijd de Tweede Wereldoorlog en de Shoa erbij te halen als vergelijkingsmateriaal. Meningen raken verder verward door de sentimenten die ermee geladen worden.

Een andere ontsporing dreigt: dan gaat de discussie niet meer over het discriminerende karakter van de uitingen van Wilders over een bevolkingsgroep in Nederland, maar over het oude testament en de Koran.
Hoe verwarrend dit weer werkt laat de discussie zien tussen Harry de Winter zelf - die beslist geen kenner van Tora en Talmoed blijkt - en arabist Hans Janssen aan tafel bij Pauw en Witteman, gisteravond 17 maart. Ga naar de Varawebsite en zie en luister.
Laat de discussie over de religieuze aspecten van de geschriften maar liever over aan de theologen en filosofen.

Waar het over gaat is dat mensen als Wilders een (merendeels goedwillend en hard werkend) deel van de bevolking ongenuanceerd over één ongunstige kam scheren, één label wordt geplakt met bepaalde kenmerken, die leiden tot verbreking van communicatie en uitstoting. Over waar dat in laatste instantie toe kan leiden, daar kunnen de Joden vanuit hun geschiedenis over meepraten.

Het zou beter zijn als de moslims zelf meer actie zouden nemen. Een ander aspect van het statement van de Winter is het reddende karakter.
Ik zou het statement meer formuleren als steunbetuiging, bijv.: wij als Joden weten waar stereotypering, demonisering en discriminatie toe kunnen leiden en betuigen steun aan Moslims die tegen de uitingen van Wilders verzet aantekenen.

RC 18 mrt 2008

citaten

H.A.Lorentz (geciteerd door Albert Schweitzer):
Ik hoor gelukkig bij een natie die te klein is om grote dwaasheden te begaan.

Albert Schweitzer over G.B. Shaw:
Zelden tref je mensen aan, die zelfstandig genoeg zijn om de zwakheden en dwaasheden van hun tijdgenoten te zien en zelf daarvan onberoerd te blijven.

joodse geboortedatum: 16th of Sh'vat, 5701

Leef alsof je morgen zal sterven,
leer alsof je altijd zult leven


Webcam doet intree
een nieuw gadget heeft zijn intree gedaan: Skype met bijbehorende webcam, waarmee je fotootjes kan maken, zie hierboven Rob met bezoekende vriendin K.

Verder introduceer ik de eerste spirituele wet van behoud van bewustzijn: in deze kosmos is de hoeveelheid bewustzijn constant: er gaat nooit iets verloren en er komt nooit iets bij. Wel is er sprake van transformatie van de ene vorm van bewustzijn een andere vorm. Het is de spirituele tegenhanger van de eerste wet van de thermodynamica, de hoeveelheid energie in het heelal is constant.
De pendant van de tweede wet van de thermodynamica, het proces van de entropie - chaos krijgt op den duur altijd de overhand op ordening, alles zal op den duur warmte-energie worden - is juist in omgekeerde richting: hoger bewustzijn zal op den duur de overhand krijgen op lager bewustzijn, of liever: bewustzijn zal steeds meer worden vrijgemaakt uit zijn gebonden in de stof verzonken potentialiteit.

Bewustzijn moet dan begrepen worden als een dynamisch proces, als een Wil die steeds tastend en zich in duizend armen vertakkend door duizend vormen heen wegen zoekt naar voortzetting op hoger niveau van zijn ervarende gewaarheid. Dit is de kern van het metafysisch verlangen. Onbewustheid bij de mens is zich alleen het uiteinde van één van de oneindige vertakkingen weten in vergetellheid van de tak, ja de stam, waaruit hij voort is gegroeid.

2 jan. 2008

Jezus

Een nieuwe lezing annex essay is uit mijn pen gevloeid. Noeste studie leidde tot: joodse gedachten over Jezus.

Een uitgewerkte en uitgebalanceerde joodse visie op Jezus, in theologische zin, bestaat die wel. Voorzover men ervan kan spreken zijn ze pas sinds kort in ontwikkeling.. Door eeuwen heen moesten de Joden hun geloof tegen soms kwaadaardige aanvallen verdedigen en zich verantwoorden voor hun afwijzing van de Jezus Christus van de kerk. In de 19e en vooral 20ste eeuw is van beide zijden een meer objectieve belangstelling ontstaan, bij Christenen voor de historische Jezus en zijn Jood zijn, van joodse zijde, zij het spaarzaam, voor het christendom als loot van het jodendom via de figuur van Jezus.
Na kort een historisch kader te hebben geschetst deel ik mijn gedachten over Jezus vanuit mijn joods oogpunt over de historische heroriëntatie op zijn figuur en Jezus en de Tora, over het Messiasschap, over verzoening en verlossing en tenslotte zal ik het hebben over de vraag. Ga naar:

joodse gedachten over Jezus

taaltrends

opgenomen in de baal stoplappen:
ophoesten ipv debiteren, zorgen dat iets op tafel komt
behappen ipv managen, overzien
ondersneeuwen/ondergesneeuwd worden ipv uit de aandacht raken

Eschatologie

Jezus voorzag het einde der tijden nabij.
Hij had onontkoombaar gelijk.
Voor iedere generatie is het einde der tijden nabij.
Ieder leven heeft zijn eschaton.


28 juli 2007

overleveringen

Het is vandaag 25 juli 2007 en ik kom net terug van de diabetesverpleegkundige.
Verschillende waarden heeft zij op het schermpje gekregen, uitslagen van het huisartsenlab, waaronder de ALAT, die weer eens geprikt is. En die was 33! Dus beneden de 50 wat het plafond is voor acceptabele waarden. Dus de lever houdt zich goed, mooi gedaan jochie. Misschien snijdt het trouw slikken van de Milk Thistle toch wel hout.
Ook de diabetes laat zich redelijk in de hand houden, en de verpleegkundige Anita waakt goed over dit gezondheidsaspect.
Wat meer onrust baart is een zere keel, al twee maanden. Er is geen ontsteking en aan de lympheklieren ligt het ook niet. Ook moe, reden waarom ik ook dacht aan de hepatitis, maar dat is het zeer waarschijnlijk ook niet. Een innerlijk stemmetje zegt, misschien is het wel keelkanker … maar het tegenkoor roept, het is weer een van die onduidelijke virussen, die rondwaart en je hoort het wel meer.

Today is July 25 2007 en I ‘v just got home from the diabetes nurse.
She demonstrated various results from the blood tests on her screen, among which the ALAT value, that has been measured since some time. And it was 33! Below the 50 which is the upper value that is acceptable. So the liver is doing fine, well done my boy. Maybe steadily taking the milk thistle pills makes sense.
Also the diabetes is reasonably under control and nurse Anita supervises this aspect of my health nicely.
What worries me more is a sore throat, already for two months. There is no infection and the lymph glands are OK. Fatigue is also in the game, reason why I thought of hepatitis, but given my amazingly favourable ALAT this is not the case. An inner voice says, throat cancer …but an antiphon choir calls, it is just one of those vague viruses, that roams around and you hear everywhere about it.

Wie meer overleveringen wil lezen - zeven jaren wederwaardigheden met hepatitis c -
Who wants to read more about my seven years of vicissitudes with hepatitis c
surf to/ga naar mijn leverdagboek/my liver diary

July 25 2007

24 Juli - 9 Av de Treurdag van de Joden


De treurdag van de Joden, de dag waarop gerouwd wordt over de rampen die door de eeuwen heen zijn gekomen over het Joodse volk.
Velen hebben hun culminatie beleefd op deze datum:
verwoesting van de eerste tempel 586 BCE
verwoesting van de tweede tempel 70 CE
val van de vesting van Betar in de opstand van Bar Kochba 135 CE
de Joden moesten op 9 Av Spanje verlaten hebben, 1492 CE
De Eerste Wereldoorlog begint en daarmee eigenlijk de rampzalige 20ste eeuw, die de Shoa mogelijk maakte

Een nieuwe generatie in Israël herdenkt de 'Shoa', (dubbel)klik op het pijltje op het plaatje en beluister "God Almighty When Will It End?" door rapper Subliminal & violiste Miri Ben-Ari

Misschien is dit leven van ons een zaadje,

waarin de kiem tot taak heeft door de taaie vliezen en weerbarstige schillen heen te breken en is het afsterven van het zaadje - de dood - de definieve doorbaak van de gerijpte kiem naar groei en bloei in heerlijkheid naar wie weet weer welke nieuwe fase.

Of misschien zijn wij mensheid met z'n allen dat zaad en is de komende wereld de bloeiende boom waarin iedere geleefde ziel zijn aandeel heeft.

170707

Grimmericks

Er was er eens een grummeldaris
die zei: als 't eten nog niet klaar is
dan is mijn gramschap groot
en sla ik je hartstikke dood
en in ik de dwangsom bij de notaris

Er was eens een zwoele Sillebijn
die zei: er moeten toch zetpillen zijn
die mij niet bezeren
en zacht zijn als veren
want deze doen tussen de billen pijn

taaltrends

zeg maar, stoplap die tegenwoordig om de zin voorkomt
dat moet je niet willen, ook een zeer gewilde uitdrukkingswijze, waar men vroeger misschien zei: dat kan je beter niet doen.
dat wil je niet weten, gebruikt voor 'ongelooflijk', 'enorm', 'verbazingwekkend'; natuurlijk wordt een appel gedaan op de luisteraar om het wel te willen weten...
achter je oor krabben, heel vaak gebruikt voor: twijfelen, nog eens over nadenken

30 juni '07


Royal

Ik droomde vannacht dat ik moest schrijven, iets van memoires of zo;hoe zou ik dat doen, schrijven, typen, de computer? Ik keek om mij heen en ik koos voor het oude typemachientje van mijn ouders, dat toen ik in mijn jonge jaren op kamers ging van mijn vader mocht meenemen; ik heb het nog jaren gebruikt. Een bewuste keuze want ook in de droom al dacht ik aan mijn computer als tekstverwerkmogelijkheid maar verwierp die om een mij niet onthulde reden.
Daar stond het trouwe oude ding van blinkend zwart metaal.
Ik schoof witte vellen in mijn typmachien, merkwaardigerwijs een aantal vellen op elkaar, maar zonder carbonpapier, een heel katern tegelijk, de gril van de droom. Ik typte de eerste zin. Maar het was onleesbaar wat er op het papier kwam. Toen ik nog eens goed keek zag ik dat er Hebreeuwse letters stonden; het was een typmachien voor Hebreeuws, bleek nu. Wonderlijk, zonder het te weten had ik een typemachine gebruikt, waarin de Hebreeuwse fonts in lood op de letterhamers stonden. Maar zie er was nog een typemachien: dát was het oude typemachientje, dat braaf een metertje ernaast op het tafelbladstond!


Het apparaat stamde nog van net voor de Tweede Wereldoorlog en het merk was Royal. Het was een portable en hij paste keurig in een donkergrijze vierkant koffertje met twee blikken sloten. Zo is hij meegegaan naar Indonesië in 1949, waar hij twee jaar lang de brieven van mijn vader en moeder naar hún ouders heeft op het dunne luchtpostpapier heeft vorm gegeven. Als apotheose van zijn nuttig bestaan heeft hij nog mijn eerste gedichten geboekstaafd. Ik heb hem dacht ik nog meegenomen van Den Haag naar Nijmegen, waar hij in de loop van de zeventiger jaren plaats moest maken voor een modernere machine, een groot en zwaar grijs gevaarte. Dat apparaat werd in de tachtiger jaren weer vervangen door een electrische schrijfmachine, die waarachtig al een klein geheugentje had, waarmee hij één zin kon onthouden. Anno 1993 kwam dan de eerste kleine IBM-computer, die ik voornamelijk als tekstverwerker gebruikte.
In 2000 kwam de volwaardige computer met Windows 98 en internet en brak het nieuwe tijdperk aan,in het kader waarvan ook dit stuk onder uw ogen komt.
Waar de Royal is gebleven weet ik niet meer; het lijkt alsof hij in de lucht is opgelost, maar hij zal wel een keer met het grof vuil zijn meegegaan of heb ik hem aan een nichtje of neefje gegeven?
Gek, nu heb ik heimwee naar hem, alsof hij het geheim van een nog onbeschreven leven al in zich droeg.

030507


het laatkapitalisme kijkt u aan
4 droogklotige aandeelhouders op een rijtje tijdens de aandeelhoudersvergadering van de AMRO-bank, een fragment van een fraaie foto uit de Volkskrant van vrijdag 27 april

Radio Bergeijk op de Televisie! Iets om naar uit te kijken...

maar valt op het beeldscherm toch tegen, laat het toch maar op de radio, waar we onze eigen fantasie kunnen maken en waar de chaos van Peer van Eersel en Toon Sporenberg toch geluidstechnisch beter op z'n plek valt
30-06-07

bibber

Op 16 april heeft Cho 33 mensen neergeschoten op de campus van Virginia Tech University in Blacksburg, Virginia, USA. Grote commotie in Amerika en over de hele wereld. Columnisten en psychologen pijnigen zich af over de beweegredenen van de dader. Grote demonstraties van medeleven met de slachtoffers en de natie sluit de rijen in vertoon van morele kracht ondanks deze perverse daad van ongekende wreedheid van een van zijn bewoners.

Donderdag 19 april meldt de Volkskrant: BAGDAD Bij vier aanslagen met autobommen zijn woensdag in Bagdad bijna tweehonderd mensen om het leven gekomen. We fronsen even bij dit nieuws en gaan verder.
Voor Irak hebben wij een ander referentiekader, schrijft men.
De slachtoffers zijn niet bekend gemaakt. De daders zijn niet bekend. Zijn die minder gek dan Cho?

Crazy world.

Gister hoorde ik over de radio een geëmotioneerde sportverslaggever: Joeri van Gelder, de hoop van onze nationale atletiek, heeft tijdens zijn ring oefening even een bibber gehad. Heeft hij zijn kansen verspeeld?
Oej, die bibber van Joeri ...

Gelukkig hebben wij voor al het nieuws dat de media over ons uitstorten een hele hoop referentiekaders klaar liggen ...

taaltrends

Er zijn een aantal uitdrukkingswijzen en woorden die de laatste jaren de taal binnen zijn geslopen of zich meer in het centrum hebben gevestigd en die een opvallende verschuiving in ons taalbeeld aanbrengen. Ik noem er een paar.

helder i.p.v. 'duidelijk'. Duidelijk wordt duidelijk niet meer als een krachtig woord ervaren. De link met duiden wordt ook niet meer gevoeld, duidelijk is eigenlijk: goed te duiden. Het nieuwe woord is nog fris en opgeladen met betekenis: helder. 'Transparant' is ook erg populair.

Implementeren i.p.v. uitvoeren. Uitvoeren is versleten. Implementeren is nog fris (hoewel, de sleet komt erin). Het is meer ambtenarentaal en heeft oorspronkelijk iets magisch over zich, deels in de hand gewerkt door de buitenissigheid en de vreemde ingewikkeldheid van deze uit latijn afkomstige term: met implementeren zag je bijna een peleton ambtenaren zich ijverig in het praktijkveld begeven. Intussen is deze magie ook allang versleten: alleen de lichtgelovigen trappen er nog in.

Ook erg populair is de uitdrukking: 'dat wil je niet weten' om een bepaalde buitenmatigheid aan te geven. Te pas en te onpas wordt deze kreet gebruikt.
Meestal wil de spreker juist wel dat de toegesprokene het wil weten . Wel is te begrijpen dat dit in de aanvang wel een aardige stijlfiguur was (wie weet de naam van deze stijfiguur?); door te suggereren dat de maat het willen weten overschrijdt suggereert men een schandalige dimensie (misschien is het een hyperbool).
Tegenwoordig heeft de sleet al rijkelijk toegeslagen.

Laatst zag op in plastic verpakt fruit de term 'eetrijp', een heel lelijk pleonasme, waaruit wel blijkt dat genoemd fruit heel vaak al onrijp in de verkoop ligt. Een gangbare kwaliteit van fruit in de verkoopsituatie is toch dat het rijp is.

Let maar eens op: Meer dan 50% van ondervraagde politici begint zijn of haar antwoord met: "nou ja kijk etc."

Wapens

Iets over de moordpartij op de campus van de universiteit van Blacksburg, Virgina.
De reactie van rechts is: wapenverkoop moet nóg makkelijker.
Reactie van links (nou ja, de Democraten): wapenwet (her)invoeren, waarin eindelijk de vrije verkoop aan banden wordt gelegd.
Tekenend deze tegengestelde reactie.
Wat kiest u?

filosofie

Kernbegrippen bij Martin Buber: de zijnswijze in de relatie van Ich-Es vs Ich-Du.
Bij Emmanuel Levinas is essentieel het begrippen paar Totaliteit- Oneindigheid.
Hoewel de twee filosofen markante verschillen vertonen in hun filosoferen over de relatie mens-wereld, zie ik toch een grote parallel:
De Ich-Es relatie van Buber overlapt voor een groot deel de Leviniaanse
Totaliteit, in de Ich-Du relatie is de Leviniaanse Oneindigheid eigenlijk begrepen.
Ik zou naast het begrip Oneindigheid (als kenmerk van de verhouding met de ander en met de goddelijke dimensie) ook willen verdedigen dat er een begrip 'Onmetelijkheid' is te gebruiken als een soort tussendimensie van de Totaliteit en de Oneindigheid.
Maar ach had ik tijd van leven om dit alles filosofisch uit te werken...

17 april 2007

Vos


Deze vos is gesnapt en vereeuwigd in Drente door een vriendin in haar achtertuin febr. 07

Niet zelden lees je in de krant een bericht, dat de stoutmoedigste scenarioschrijver nog niet zou kunnen verzinnen.
Wat te zeggen van een astronaute(Lisa Novak, 43 en getrouwd), die ene Colleen Shipman heeft getracht te kidnappen. Ze verdacht Colleen ervan een verhouding te hebben met een mede-atronaut, waar zij kennelijk een vurige liefde voor koesterde. Fascinerend wordt het pas, als je leest dat zij van haar woonplaats Houston in een ruk 1300 kilometer reed, bewapend met luchtdrukgeweer, pepperspray en mes. Echt pikant is dat ze een luier had aangedaan, die astronauten dragen tijdens de take-off, dit om geen tijd te verliezen met een samitaire stop.
De kidnap mislukte en ze is opgepakt. Wel denk ik dat ze aanleiding zal hebben gegeven tot vele gesprekken, columns, cabaret-acts en wie zal de scenarioschrijver zijn, die het gegeven zal oppikken en zal bewerken tot een adembenemend script voor een psychothriller, waarin eventueel de kidnap wel lukt en aanleiding geeft tot de spannendste achtervolging van de laatste filmjaren door het zuiden van de Verenigde Staten.

febr. 2007

Rabbi Israël

Op de wegen met zijn wagen reed hij, Rabbi Israël.
Van alle kanten kwamen klanten bij hem met hun wee en wel.
Ze vroegen om zijn zegen en soms ook wel om regen,
ze vroegen om genezing van hun kommer en kwel:

Heel ons, red ons, steun ons, troost ons
Rabbi, Rabbi Israël

In dorpen en steden, lang geleden kwam hij, Rabbi Israël.
Arm of rijk, kuis of verdorven, men kon bij hem terecht heel wel.
Men kwam met hart en ziel, men kwam met lijf en leden
om heling en de Rabbi deed het wonder wel.

Heel ons, red ons, steun ons, troost ons
Rabbi, Rabbi Israël

Een hele wereld is verdwenen, de wereld van rabbi Israel.
Een nieuwe wereld ijlt maar verder, koortsig en springt haast uit zijn vel.
Hij verlangt naar een groot wonder , ‘t kan echt niet meer zonder
dus kom naar ons terug, Rabbi Israël

Heel ons, red ons, steun ons, troost ons
Rabbi, Rabbi Israël

Met dit lied leidden wij ons verhaal in, de chassidische egende 'De bruid in haar graf' over de Ba'al Shem Tov, ofwel Rabbi Israël ben Eleazar. En wij zijn ik en mijn goede vriendin Kaatje van Z. , die het verhaal vertelden aan de bezoekers van een Verhalendag, georganiseerd als interreligieuze ontmoetingsdag in Nijmegen.
Het verhaal is te lezen op mijn andere website, klik hier. En dit zijn de Wij in beeld
:

Jeruzalem van goud
jeruzalem
Hoor en zie deze mooie opname van Ofra Haza, die het lied
'Jeroesjalajien sjel zahav' zingt in een show, dit alles op Youtube.

28-10-'06

Derwisj

derwisj

Deze week nam ik deel aan een Iftar-maaltijd, de maaltijd die een Ramadan vastendag afsluit. Soms worden veel niet-moslims genodigd ter bevordering van de wederzijdse kennismaking en niet zelden worden de officials van de stad, zoals ook nu de burgemeester en diverse bedrijfs-bobo's uitgenodigd.
Een bobo was ik niet maar wel een van de sprekers die een praatje hield over vasten, in mijn geval vasten vanuit Joodse invalshoek.
Als attractie traden deze Soefi-dansers op, die in wonderbaarlijke overgave hun derwisj-wervels uitvoerden. Zie het kalme gezicht van de jonge derwisj, met wie ik aan tafel zat, een zeer vreedzame jonge man, die in het dagelijks arbeidsleven werkte als computer-deskundige en IT-expert.

15 okt. 2006

vlinder-effect

De trein naar Amsterdam vertrok 20 minuten later, want er stond een brandende trein bij Gouda, dat zei mij een van de controlerende spoorambtenaren, die als een heg voor de toegang tot de perrons stonden opgesteld voor een extra strenge controle vandaag. Het oorzakelijk verband met die trein naar Amsterdam ontging me even, maar natuurlijk: een radertje in het spoorsysteem hoeft maar te haperen en gevolgen trillen door het hele systeem heen, het sluit allemaal zo nauw in elkaar, dat een vastzittende wissel bij Uithuizen al voor vertraging zorgt bij Valkenburg.
Zoiets als de vlinder in het Amazonegebied, die met een vleugelsslag een orkaan op de Atlantische oceaan triggert.

Verder verliep de reis voorspoedig. Het weer was stralend en zomers. Nederland ligt op stoom, vermeldde de Spits van de Woensdag na de derde Dinsdag in september en de koningin keek me vanonder haar hoed, model molensteen, wat spottend aan. Ik was nog net op tijd voor mijn afspraak in het AMC, een echografie van mijn buik, met name de lever, stond op het programma.

De verpleegster die mij klaar moest maken (voor de echografie natuurlijk) was mijn Italiaans klinkende naam opgevallen en wilde weten of ik daar ook vandaan kwam.
Ja, mijn voorouders tweeëneenhalve eeuw geleden.
Ben jij italiaans dan? vroeg ik.
Nee, maar ik heet Michaela. Vandaar dat ik gek ben op italiaans.
Da's ook Hebreeuws, zei ik, de naam van een aartsengel, heel toepasselijk voor een verpleegster

De arts, een vriendelijk ogende, bebrilde, wat tengere vijftiger, smeerde de koude gel op mijn buik en betastte de buikgebieden met zijn echografische joystik en tuurde op het schermpje waar mijn zwartwitgrijze binnenkant voorbijtrok.
Hetzelfde als 2004, zei hij tenslotte.
Ik kon me niks meer herinneren van 2004, maar als het hetzelfde is, dan is het niet achteruitgegaan, bedacht ik mij, dus niet méér fibrose in de lever en zo. Okee dan maar.
Ik voel me de laatste tijd vrij stabiel en stevig en hoop maar dat ik een soort status quo op hepatitisgebied heb bereikt, die lange tijd aanhoudt, in ieder geval tot de introductie van de nieuwe proteaseremmenden medicijnen, die nu nog in klinische testfase zijn.

Ik kleedde me weer aan en ging weer treinwaarts.
Op station Duivendrecht bleek de trein naar Nijmegen twintig minuten vertraging te hebben. Vanwege een kapotte trein bij Uitgeest. Vlinder-effect weet je wel.

21 september

een nieuwe song
kwam in mij op - al in juni, zie een eerdere versie - en na veel schuren, schaven, piekeren en plakken kwam dit er uit:

FLY THE CLOUDS (ballad) © Rob Cassuto

fly the clouds and grow some wings
be an angel without sins
to find out
in the end the devil grins

shut yourself up in a hole
dig the earth you are mole
to find out
you end up shivering with cold

just lay down on the ground and please do
pray the heavens for some rain
so from the soil of shame and pain
may bloom a flower that shines with colours clear
and true

make your jokes and play the clown
collect applause all over town
to find out
you ‘re the saddest man around

like a bull you run your course
make your way by using force
to find out
in the end there is remorse

just lay down on the ground and please do
pray the heavens for some rain
so from the soil of shame and pain
may bloom a flower that shines with colours clear
and true

like a peacock try to use
a fan of colours of all hues
to find out
eventually here are the blues

be a mouse, avoid the eye
don’t stand up, don’t shout, don’t cry
to find out
that hidden anger makes you wry

just lay down on the ground and please do
pray the heavens for some rain
so from the soil of shame and pain
may bloom a flower that shines with colours clear
and true

don’t go astray and be a sheep
follow the leader, don’t think deep
to find out
you don ‘t live, you are asleep

like a snake under a stone
be vile and sneaky to the bone
to find out
your lot is bitter you ‘r all alone

just lay down on the ground and please do
pray the heavens for some rain
so from the soil of shame and pain
may bloom a flower that shines with colours clear
and true

De bijbehorende melodie is mooi naar mijn idee, e.e.a. op de gitaaraccoorden: Em, C, G, D, Am, C, D en de bridge (het inspringende tussenstuk) op G, Bm, Am, Em, A7, D, D7, G

18 september 2006

een gedicht:

hoe de zachtheid

hoe de zachtheid van het vlees
het scherpe staal niet wil verduren
en het teder vel het ruwe schuren
aan stenen kartelranden vreest

hoe in 't complexe ingewand
de holten steeds maar stoffen eisen
en lastig hakend naar verrijzen
eronder de veile sekse hangt

hoe de dure klok van 't hart
zich moedig slaat door tegenslagen
en zich loodst langs hinderlagen
naar 't uur dat de vervoering start

hoe de kelders van de geest
volgestouwd zijn met archieven
verboekt verfilmd verdriet gelieve
te schonen wat ooit is geweest

6 sept 2006

Spirit

ter lezing, genieting en overdenking dit vers van Mevlana Jalalluddin Rumi, die onovertroffen Middeleeuwse Soefi dichter; uit de Mathnawi

Mathnawi VI: 2955-2962


The spirit is like an ant, and the body like a grain of wheat
which the ant carries to and fro continually.
The ant knows that the grains of which it has taken charge
will change and become assimilated.
One ant picks up a grain of barley on the road;
another ant picks up a grain of wheat and runs away.
The barley doesn't hurry to the wheat,
but the ant comes to the ant, yes it does.
The going of the barley to the wheat is merely consequential:
it's the ant that returns to its own kind.
Don't say, "Why did the wheat go to the barley?"
Fix your eye on the holder, not on that which is held.
As when a black ant moves along on a black felt cloth:
the ant is hidden from view; only the grain is visible on its way.
But Reason says: "Look well to your eye:
when does a grain ever move along without a carrier?"

zie de website over Rumi en de bundel door Coleman Barks vertaalde verzen The Essential Rumi

aug. 31 2006

Vooruitgang

een mooi citaat van Walter Benjamin, gevonden op de website van dr. Jürgen Braungardt, een moderne Homo Universalis, lijkt het, op het gebied van Filosofie, Psychologie en Religie

A Klee painting named ‘Angelus Novus’ shows an angel looking as though he is about to move away from something he is fixedly contemplating. His eyes are staring, his mouth is open, his wings are spread.
This is how one pictures the angel of history. His face is turned toward the past. Where we perceive a chain of events, he sees one single catastrophe which keeps piling wreckage and hurls it in front of his feet. The angel would like to stay, awaken the dead, and make whole what has been smashed. But a storm is blowing in from Paradise; it has got caught in his wings with such a violence that the angel can no longer close them.
The storm irresistibly propels him into the future to which his back is turned, while the pile of debris before him grows skyward.
This storm is what we call progress.

vertaald uit Duits:

Es gibt ein Bild von Klee, das Angelus Novus heißt. Ein Engel ist darauf dargestellt, der aussieht, als wäre er im Begriff, sich von etwas zu entfernen, worauf er starrt. Seine Augen sind aufgerissen, sein Mund ist offen und seine Flügel sind ausgespannt. Der Engel der Geschichte muß so aussehen. Er hat das Antlitz der Vergangenheit zugewandt. Wo eine Kette von Begebenheiten vor uns erscheint, da sieht er eine einzige Katastrophe, die unablässig Trümmer auf Trümmer häuft und sie ihm vor die Füße schleudert. Er möchte wohl verweilen, die Toten wecken und das Zerschlagene zusammenfügen. Aber ein Sturm weht vom Paradiese her, der sich in seinen Flügeln verfangen hat und so stark ist, daß der Engel sie nicht mehr schließen kann. Dieser Sturm treibt ihn unaufhaltsam in die Zukunft, der er den Rücken kehrt, während der Trümmerhaufen vor ihm zum Himmel wächst. Das, was wir den Fortschritt nennen, ist dieser Sturm.

Walter Benjamin: „Über den Begriff der Geschichte“, Illuminationen, Frankfurt/M. 1977, 251-262.


Klee: Angelus Novus

Vlieg

Sinds gisterochtend had ik tot voor kort gezelschap van een vlieg.
Hij dwaalde rond in mijn woonkamer in een grillige vlucht. Alsof hij naarstig en nerveus naar iets op zoek was.
Voedsel? Een medevlieg?

Maar gaandeweg bleek dat hij vooral naar mij op zoek was.
Even was hij mij kwijt en zoemde hij met een nauw merkbare zoem ergens rond en ik dacht al dat hij andere wegen was gegaan dan die in mijn kamer.
Maar dan was hij er opeens weer en had hij mij weer gevonden; daalde hij neer op mijn been of mijn arm of zomaar op mijn kale hoofd of mijn blote wang met zijn kriebelpootjes.
Automatisch maak je dan een wuif beweging en weg was hij weer een tijdje.

Toen hij bleef aanhouden mij periodiek te bezoeken kwamen er wrede gedachten in mij op.
Ik plande een vernietigingstocht met een opgerolde krant in handen; virtueel zag ik mij hem al opjagen door mijn kamer heen, op stoel en tafel klimmend, door de keuken, de gang in.
Ik bekeek hem eens goed, gisteravond, toen hij een seconde op mijn dij zat.
Een nietig beestje, geen vette bromvlieg, maar een scharminkel van een vliegje.
Ik besloot hem een kans te geven en zette mijn raam wijd open.
Daar zou hij wel dankbaar gebruik van maken als hij in zijn dwaze en grillige zwerftocht door mijn vertrekken terecht zou komen op deze highway naar de vrijheid.

Maar nee hoor, laat op de avond kwam hij weer op bezoek.
Hij was blijkbaar erg aan mij gehecht.
Een vlaag Boeddhisme kwam opeens over mij heen.
Misschien was hij wel een reïncarnatie van een bekende.
Een ziel van vroeger uit mijn omgeving, die nog iets met mij uit te werken had.
Een entiteit die mij iets wilde boodschappen.
Mijn lieve grootmoeder die mij wilde beschermen.
Maar zou die gedegradeerd zijn tot vlieg? De brave vrouw, dat kon ze toch niet verdiend hebben.
Die jongen die mij gepest had in de derde klas van de lagere school, zo iemand was het waarschijnlijk.
Onzin natuurlijk.

De volgende ochtend – ik was hem al weer vergeten – meldde hij zich weer.
Hij kwam opeens brutaal op mijn computerscherm zitten, alsof hij mijn e-mails wilde meelezen.
Toen was hij weer weg.
In de loop van de middag begon ik hem waarachtig te missen.
Ik ging naar hem op zoek en trof hem aan op de onderruit van mijn grote woonkamerraam, vlakbij de achtarmige kandelaar, die op de vensterbank voor het raam staat.
De bovenruit stond wijdopen voor hem, maar hij worstelde een onmogelijk gevecht uit met het glas van de dichte onderruit; dat viel me toch tegen, heel even had ik hem slimmer ingeschat. Toen heb ik hem maar even geholpen en manoeuvreerde hem met de kandelaar wat naar boven zodat hij het wijde luchtruim kon kiezen. Het viel me op dat hij toch een wat blinkend groenige glans op zijn lijfje had.
Daar vloog hij weg.

  Dacht ik.
Want vandaag, zondag, landde hij plotseling op de krant, die voor me op tafel lag.
Hij streek neer op het katern ‘Letter en Geest’ en wel op een artikel over de Islam, wat natuurlijks niks zegt. Ik herkende hem, want hij was iets kleiner dan de vlieg die ik had uitgelaten en hij had helemaal geen blinkend groene glans op het lijf. Hij was klein, grauw en onaanzienlijk.
En als hij intussen niet is weggevlogen, dan vliegt hij nog steeds rond.

21 aug. 2006




CLOG
weblog

 

page 1b
page 1a

page 2
page 3