|
familiedocumenten/family
documents p.4d
|
| family main page| name page | documents | pedigrees | photo galleries | sitemap | family news |
|
written
landmarks: account of George Cassuto
On these pages you will find the content of all kinds of family documents or excerpts or summaries of them; some in original form, some abridged or edited for readability. page 4e. George Cassuto Izn.: speech Rob Cassuto held at his funeral |
||||
| page 1. letter Max Oct. 28 1945 page 1a. letter Max Nov. 19/20 1945 page 1b. letters Max December 1945 page 2. letter Ies and Lien Cassuto 1945 page 3. report Puck Cassuto about Pacific war, part 1 page 3b. report Puck Cassuto about Pacific war, part 2 page 3a.first letter Puck Cassuto + Albert v. Zuiden after Pacific war page 4. George Cassuto Izn.: his memories of WW II; until hiding page 4a. George Cassuto Izn.: his memories of WW II, first time in hiding page 4b. George Cassuto Izn.: his memories of WW II, 1943 and 1944 page 4c. George Cassuto Izn.: his memories of WW II, liberation and aftermath page 4d. George Cassuto Izn.: his memories of WW II, impact on later life page 5. Hetty Winkel page 6. Kamp Moentilan page 7. 1941: Ies Cassuto in het Oranjehotel |
||||
|
|
||||
Als zoon van de oudste broer van George sta ik hier. Als gevolg van twee herseninfarcten valt mijn vader het spreken zeer moeilijk en in deze situatie is hij niet is staat het woord tot u te richten. Nu doe ik dat. Mijn vader heeft mij verteld, dat George en hij elkaar die dingen hebben gezegd, die liefhebbende broers elkaar ten afscheid zeggen. George is er niet meer. Hoe kan dat nou? Vorige week maandag heb ik hem nog gezien. Toen ik langs kwam in Bunnik was hij samen met nichten Hetty en Carolyn de videoband aan het bekijken van het interview, dat in het kader van het Steven Spielbergproject met hem gemaakt was. Het laatste deel van de band heb ik meegekeken. Af en toe blikte hij ons veelbetekenend of fel of trots aan en een enkel moment zetten wij de band stil en hadden we het kort over een episode. Samen met ons keek hij letterlijk op zijn leven terug. Mijn verstand weet het, maar mijn ziel is nog niet zover. Ik denk aan de oom George van mijn kinderjaren, van vlak na de oorlog, toen we wonderbaarlijk herenigd als grootfamilie woonden op de Badhuisweg 86 in Scheveningen in een tijd, dat ik mijn grootouders niet hoorde praten over "joods" - dat woord was taboe - , maar over "jewish". George sliep toen als 16-, 17-jarige jongen in de voorkamer van het souterrain, waarin mijn broer Ab en ik het tussenkamertje hadden. Hij was in die jaren en ook later in zijn studententijd voor mij iets tussen een heel wat oudere broer en een heel jonge vader in. Hij scheelde maar 11 jaar met mij en 15 jaar met zijn oudste broer Max, mijn vader. Met oom George ging ik zwemmen in het zwembad aan de Mauritskade. We gingen naar Rotterdam, kijken hoe in het verwoeste centrum langzaam nieuwbouw verrees; en we tekenden allebei graag plattegronden van fantasiesteden. En weer later, toen hij jeugdpredikant was bij de Duinoordkerk in Den Haag en ik een oer-sombere, in een wat modieus existentialisme verzeilde puber, wist hij mij te betrekken bij de repetities van het toneelstuk "Het Woord" van de Deense schrijver/predikant Kaj Munk. Als ik me deze dingen herinner, besef ik hoe wij Cassuto's George zullen missen als herinneraar; zo ontzettend veel wist hij over onze familie, zo geinteresseerd in onze geschiedenis, zowel van onze nabije familie als van ruimere familieverbanden in heden en nabij en ver verleden ,in Nederland en de hele wereld, hij was een familieliefhebber en een universeel misjpogoloog. En wat boeiend en bezield kon hij daarover vertellen; en hoe hij het in alle drukte klaarspeelde met vele al dan niet nieuw ontdekte vaak oneindig verre familieleden ook nog kontakt te leggen en te onderhouden is mij een raadsel; ik heb wel eens de indruk, dat hij - onder meer natuurlijk - daarmee wilde onderstrepen: WIJ ZIJN ER NOG!! Ik vind het fascinerend, hoe velen in onze familie in de loop van de laatste jaren, ieder op eigen manier, zich meer hebben toegewend naar hun joodsheid. Mijn oom George heeft dit wel op een heel duidelijke en moedige manier gedaan met zijn stap uit de kerk en zijn terugkeer naar de schul. Ikzelf ben zo'n zes jaar geleden gaan beseffen, dat mijn joodsheid meer was dan alleen een sociologisch datum. Mijn zoektocht naar wat mijn jood zijn voor mij betekent gaf voedsel aan ons kontakt en ik denk, dat we wisten uit heel verschillende invalshoek met dezelfde zaken bezig te zijn, het bracht ons dichter bij elkaar. Hij zal ontzettend blij zijn geweest - en ik met hem - met het welkom, dat hij op het laatst uit de joodse gemeente mocht horen. Alleen.... een stem in mij zegt: wat onrechtvaardig, dat hij met Hanneke niet meer heeft mogen genieten van zijn nieuwe levensfase, niet meer heeft mogen uitdragen van zijn ervaringen en wijsheid; dat hem niet meer tijd is gegund om zijn kinderen en kleinkinderen mee te maken. En ik sluit mezelf in: ik had graag nog zoveel met hem willen praten, ook over joodse zaken, hij had me nog veel te vertellen en te leren. Maar een andere stem zegt, dat hij in ieder geval is thuisgekomen. En dat ik hem mee kan nemen in mijn hart en mijn geest en dat hij daar mij nog kan raden en leren en voor mijn geestesoog zie ik hem dan, graag vertellend als hij deed, zijn ogen en gezicht glimmend van pret, en in mijn geestesoor hoor ik dan zijn typisch eigen lach van plezier. De laatste tijd heb ik een diep intuitief gevoel, dat het beste van wat wij gedaan en ontdekt hebben in ons leven, na het sterven in ongedachte immateriele vorm voortbestaat en invloed heeft; het is geen wishfull thinking, meer een gevoel van noodzakelijkheid. Dat kan een begin van troost zijn. In zijn Chassidische Vertellingen verhaalt Martin Buber van rabbi Sussja van Hanipol, die op zijn sterfbed sprak: 'In de komende wereld zal men mij niet vragen: Waarom ben je Mozes niet geweest? Ze zullen mij vragen: Waarom ben je Sussja niet geweest?' Ik heb zo'n vermoeden, dat mijn oom George wel zal kunnen zeggen:'ik ben George geweest'. Voor ik afsluit wil ik jullie: Hanneke, Michiel, Karien, Davied en alle familieleden kracht toewensen om het verlies te aanvaarden, te dragen en te verwerken. Met name noem ik nog mijn vader; ik weet hoe moeilijk het voor hem is het verlies van zijn jongste broer mee te maken. Vader, moge je de kracht gegeven worden om het verlies te dragen. Dan besluit ik deze woorden met: Sjalom, oom George, George, Shlomo, sjalom. Rob Cassuto woensdag 25 september 1996 |
||||
|
back to
documents survey
page |
||||
|