website for the descendants of the Dutch Cassuto's

family photo gallery
family main page| name page | documents | pedigrees | photo galleries | sitemap
From ancient times: Hetty Winkel

November 11 1922, Amsterdam - November 30 1943, Dorohusk, Poland
/ November 3

Daughter of Jaap Winkel - the brother of Caroline Winkel - and Esther Querido.
Caroline (Lien) Winkel was wife to Isaac (Ies) Cassuto.
Hetty was born around 1920 and got engaged at the end of the thirties to Ernest Cassuto, second son of Ies and Lien, her cousin.
During the war she was in hiding, a short period together with Ernest and then alone. She was betrayed during the summer of 1943 by a collaborator to the Germans and transported to the death camps, where she perished presumably in 1943. The same fate befell her mother Esther and her little brother Max David (Dee).
Latest information about Hetty's death from George Cassutto Ezn: Hetty Winkel, we thought she had died in Auschwitz, but documentation showed that she was gassed in Chelmno, another one of the extermination camps. But the new database on the Yad Vashem site says: Dorohusk, Poland.
Still later information reveals that the place is not Dorohusk but the slave laborer camp Dorohucza and the date of her death probably is not November 30 but November 3; she was probably shot during the mass murder of slave laborers called with the usual German Nazi cynism "Aktion Erntefest".
For adminstrative reasons the Germans changed the date of 3 November to November 30.
More about Dorohucza and the probable death of Hetty

The backside says: December 15, 1926. mother Esther with on het lap Andries ( Deetje) and behind her Hetty

The same three, December 1, 1929

Hetty with behind her her aunt Annie (sister to Caroline Cassuto-Winkel) and Annie's son Dee (also a Dee, nicknamed "grote Dee, Big Dee").
The backside says: Haarlem,
September '32, picture taken at the Raamsingel before the house near the water

Family Winkel enjoying itself in - as the backside of the pic says - the "Noorderbad", maybe in Zandvoort or Scheveningen.

From left to right: Dee, Jaap, Esther and Hetty, all waving to us from behind the time wall of the 5 years of world war II.

The date is Sunday July 10, 1932

relaxed picture of parents Esther and Jaap at the Scheveningen beach, August 1932

Hetty, not dated.
I estimate she's about sixteen here.

The band of Ernest. Ernest is at the right with saxophone. Hetty used to sing with the band

a unique gathering at (I suppose) in father Albert van Zuidens home at the Valkenboskade 400 in The Hague. I guess the year is 1938, maybe beginning of 1939. Apparently it was a social happening including:
back row from left to right: Herman van Zuiden (son of Alberts brother Bernard), Max Cassuto, Albert van Zuiden, Hetty Winkel fiancee to Ernest Cassuto, who is sitting next to her and then Wies Houthuyzen Kerrebijn; sitting from left to right Puck (Remi) van Zuiden, Mary ('Zus') Houthuyzen Kerrebijn. Wies and Zus were best friends to Puck. The man in the middle is indicated as 'Dad Lioni'.

so called engagement picture of Ernest and Hetty.

This is the first page of the diary kept by Hetty in hiding. It is a very religious booklet, a sad witness of her hopes and faith and the bond she felt in this frightful period with Ernest. It consists of prayers and contemplations about passages from the Scriptures.
On this first page is written:

Aan mijn eigen trouwe levenskameraad in Jezus Christus
"De Heere zegene en behoede je. De Heere doe Zijn aangezicht over je lichten en zij je genadig.
De Heere verheffe zijn aangezicht over je en geve je Zijn vrede"
English: To my own true comrade in life.
"The Lord bless thee, and keep thee;
The Lord make His face shine upon thee, and be gracious unto thee;
The Lord lift up his countenance upon thee, and give thee His peace"

(some unreadable words, perhaps something like "Altijd de jouwe", for ever yours)

It is the so called "blessing of the priest" (birkat kohanim), mentioned in Numbers 6 24-27,
in which G-d tells Moses that whith these words the priests shall bless the children of Israel.
I remember that the "dominee" (minister) always ended the Protestant service with this blessing, his hands raised.
Now, in shul, I hear the blessing sung by the 'chazzan'(cantor) in Hebrew as a part of the morning prayer, called "Shemoneh Esreh" or "Amida". The poetic and powerful words still touch the heart.

from Ernest Cassutto's book
"The last Jew of Rotterdam":

I had lived through four seasons in hiding. As the summer of 1943 approached, I began to lose count of the number of places where I had sought shelter. It is amazing how quickly one can adapt to circumstances. I hardly remembered a time when I was not on the run. I began to feel like an expert; it was almost as if I had mastered the game. If I could just keep two steps ahead of the Gestapo, perhaps I would make it.
I spent much of my time studying Hebrew and the Bible. I frequently talked to God. I prayed for safety, for the safety of my parents, my brothers and Hetty.
Hetty and I were occasionally able to pass messages to each other through the help of our friends in the underground. One day in spring, I received a package from her. It was her personal diary and her New Testament. She wanted me to see what had taken place in her mind and heart during our separation. In the back of the diary were penned these words.: "Ernest, we must pray for the Germans. They need our prayers so bad1y" (....)
Usually around once a week, I would receive news about the war from an underground worker who would call on people in hiding. One early summer day, while I was hiding in the home of a Salvation Army officer in The Hague, my informant showed up earlier than usual.
"Ernie, I have same bad news. Hetty has been arrested."

from the interview with Ernest younger brother George:
English summary: he relates that she was in hiding with a family in The Hague; a friend of the family was a collaborator to the Nazi's, which they didn't know at the time. Hetty played the role of a non-jewish maid servant. The "friend" suspected she was Jewish and informed the Germans. She was transported to Westerbork and from there to Polen. Georges remembers they heard the message from underground workers and he recalls how shocked they were. Much later they learned that also mother Esther and brother Deetje also had perished. Father Jaap had already passed away before the war.
Dutch: Ik herinner me in juli 1943, toen kwamen ze met het bericht van de arrestatie van mijn nichtje, die verloofd was met mijn broer en ook ondergedoken zat, net als hij. Zij zat ondergedoken in Den Haag bij een gezin waar een huisvriend een NSB-er bleek te zijn, dat wisten ze dus toen nog niet. Ze speelde daar een niet-joodse rol, ze was een soort van dienstmeisje.
De huisvriend verdacht haar ervan dat ze joods was. Die heeft de NSB-ers, de Duitsers of zo gewaarschuwd en toen is mijn nichtje opgepakt, Hetty Winkel heete ze.
Ze werd via Rotterdam naar Westerbork gestuurd.
En dat bericht kwam bij mijn ouders binnen via de ondergrondse, dat herinner ik me heel duidelijk, dat ze dat kwamen vertellen, Leny Visser in dit geval, en dat het een vreselijke schok was voor ons allemaal.
Interviewer: Dat was voor het eerst dat er iemand gedeporteerd was?
Ja, dat wij dat hoorden, want de deportaties van de andere familieleden hebben wij pas later vernomen. Die waren dus te lang thuis gebleven, zijn na ons respectievelijk ondergedoken en verraden of gewoon van huis uit opgepakt met de razzia's.
Maar de eerste die waarvan we iets wisten, was ons nichtje. Later hoorden we dat haar moeder - haar vader was, gelukkig zou je bijna zeggen, nog voor alles overleden - dat haar moeder, Ester Winkel-Querido, haar broer, en haar zoon ook zijn verraden, in de Raadhuisstraat en die hebben dus hun dochter en zusje in Westerbork teruggevonden en ze zijn dus alle drie omgekomen. Maar dat is een van de dingen uit dat jaar bij Spelbos die ik als de dag van gisteren nog voor ogen heb.

another page from Hetty's diary, day 93 and below an English translation made by Ernest:

diary page 93

diary page 93 translated

read also the story of Ernest Cassutto on the Cassutto Memorial pages by his son George;
click on the picture left.
In addition to this I copy a passage from the little autobiography of the reverend Tabaksblatt, that sheds light on the episode of Ernest and Hetty seeking refuge with the Christian congregation in The Hague:

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak werkte en woonde ik (Tabaksblatt) evenals (Jewish minister) Rottenberg in Den Haag. Het werk hier kreeg zulk een omvang, dat een meelevend echtpaar van de Vereniging "Elim" ons de mogelijkheid schonk om in het jaar 1938 te beginnen met het opzetten van een gebouw waar alle werkzaamheden zouden kunnen plaatsvinden. Dat gebouw werd in de zomer van 1940 in gebruik genomen. Een jaar lang konden wij da! gebouw aan de De Ruijterstraat in Den Haag nog intensief gebruiken. In de zomer van 1941 kwam daaraan een einde. Rottenberg werd door zijn moedig getuigenis tegen de Germaanse barbaren gevangen genomen en via Scheveningen, Amersfoort, Bu- chenwald werd hij in 1942 in Mauthausen vermoord. Ik kreeg in die tijd huiszoeking door enkele SS-ers en hun Nederlandse handlangers, waarbij mij te kennen werd gegeven dat "het Evangelie niet voor de Joden" was en ik met mijn werk moest stoppen. Het gebouw aan de De Ruijterstraat werd in beslag genomen en leeggeplunderd en uit was het! Het einde van een tijdperk in de geschiedenis van de zending onder de Joden in Nederland was gekomen. ..

Het was juist in die dagen dat de Joden in hun nood hulp kwamen zoeken bij de kerk. Ik nam contact op met de Centrale Kerkenraad van de Hervormde gemeente in Den Haag en wijlen Dr. W. J. de Wilde zorgde er voor dat ik een (onbezoldigde ) aanstelling kreeg als hulpprediker bij de Hervormde gemeente, waardoor het mij mogelijk werd gemaakt de hulpzoekende Joden waar nodig was te helpen.

Vele Joden zochten toen een toevlucht bij de kerk om zich tegen de dreigende maatregelen van de Duitse bezetters te beschermen. Verschillende van hen wilden gedoopt worden. Maar dat wees ik beslist van de hand. Het baatte immers niet meer. De bezetters hebben een datum voor "geldige dopen" vastgesteld op 31 december 1940. Wie na die datum gedoopt werd kwam niet meer onder de zgn. "verzachtende" omstandigheden. Maar op aandringen van kerkelijke zijde werd er van de Duitsers gedaan gekregen dat Joden die een zekere band met de kerk onderhielden voorzien konden worden van een "Beweis von Angehorigkeit", waardoor zij voorlopig van deportatie vrijgesteld werden.


About the last months of Hetty

Provided the information, that she died in camp Dorohucza, is right, the following may be surmised about the last months of Hetty. The information has been derived from the site death
In Dutch is descibed the bad conditions of this slave laborer camp for cutting peat.

Van de ruim 34.000 Nederlandse Joden die werden gedeporteerd uit Westerbork naar Sobibor, belandde volgens een grove schatting een duizendtal in werkkampen in de omgeving van Lublin en Trawniki. Eén van die kampen was het turfstekerskamp Dorohucza. Van deze 1.000 overleefden er 16 de oorlog, 13 vrouwen en 3 mannen. Omdat er in Sobibor geen registraties van gevangenen plaatsvonden, weten wij meestal niet precies wie van de uit Westerbork gedeporteerden in de Sobibor werkkampen terecht zijn gekomen.

SS-Arbeitslager Dorohucza was gelegen zo’n 5 km ten NO van Trawniki, aan de rivier de Wieprz. Het kamp bestond uit drie ongeveer even grote barakken die in een U-vorm rondom een vierkante Appellplatz waren gerangschikt. Aan de vierde zijde van de Appellplatz bevond zich een barak voor SS-personeel. Deze barak werd geflankeerd links door een barak voor de Oekraïense bewakers en rechts door de keuken. Deze drie gebouwen stonden buiten de afrastering. Binnen deze omheining stond, aan de rivier, een uitkijktoren. De turfvelden waren gelegen aan de overkant van de rivier.

In het kamp, dat rond begin maart 1943 in gebruik werd genomen, werkten circa 500 Joden, van wie de helft of iets minder Nederlanders, de overigen waren afkomstig uit Polen. Naar leeftijd varieerden zij van 16 tot 50 jaar. De eerste groep Nederlanders arriveerde op 13 maart. Geselecteerden werden telkens in groepen van 80 aangevoerd. Op 4 juni omvatte de groep 81 personen. De 81e was Jules Schelvis, die met zijn vrouw Rachel en zijn hele schoonfamilie op 1 juni in Westerbork op transport was gesteld. Schelvis overleefde Sobibor en de oorlog, zijn vrouw en schoonfamilie werden op 4 juni 1943 vergast.

De werk- en leefomstandigheden in het werkkamp waren uitermate slecht. De werkkampen van de SS onderscheidden zich daarin negatief van de kampen die werden beheerd vanuit particuliere ondernemingen. Daardoor wisten de meeste gevangenen niet langer dan enkele weken, hooguit enkele maanden te overleven. Die omstandigheden zijn door Jules Schelvis uitvoerig beschreven in zijn boeken “Binnen de poorten” en “Vernietigingskamp Sobibor”.

In de nacht van 3 op 4 november 1943 werden bijna alle Joden in de werkkampen (tussen de 40 en 50 duizend) in het district Lublin doodgeschoten. Deze slachting is bekend geworden als de Aktion Erntefest (actie oogstfeest). In deze actie zijn ook de Joodse dwangarbeiders in Dorohucza en Trawniki vermoord. Zij betekende tevens het einde van het Arbeitslager. In het digitale ‘In Memoriam-Lezecher’ boek staan de namen vermeld van 144 Nederlandse Joden die tijdens de Aktion Erntefest in Dorohucza zijn vermoord, abusievelijk met ‘Dorohusk’ als plaats van overlijden, en om administratieve redenen met 30 november 1943 als sterfdatum. Bekijk de getuigenis van Robert Jührs

"Erntefest" began at dawn on November 3, 1943. The Trawniki and Poniatowa labor camps were surrounded by SS and police units. Jews were then taken out of the camps in groups and shot in nearby pits dug for this purpose. At Majdanek, Jews were first separated from the other prisoners. They were then taken in groups to nearby trenches and shot. Jews from other labor camps in the Lublin area were also taken to Majdanek and shot. Music was played through loudspeakers at both Majdanek and Trawniki to drown out the noise of the mass shooting. The killing operation was completed in a single day at Majdanek and Trawniki. At Poniatowa the shootings took two days. Approximately 42,000 Jews were killed during "Erntefest."

Probably Hetty was shot with the other slave laborers.
More about Dorohucza
More about searching the fate of Dutch Jews

back to the photogalleries survey
back to the family page