naar homepage Rob Cassuto    naar de Essay pagina

PESACH EN SOEKOT


In korte essays zal ik beknopt iets Joodse feesten vertellen.
Eerst over het Pesachfeest,
als geschiedgebeurtenis, als gemeenschapsfeest, als feest in het teken van persoonlijke bevrijding, en het Pesachgebeuren als allegorie voor de weg van de ziel door de fysiek-psychische wereld.
Dan over Soekot, het loofhuttenfeest als seizoensfeest, geschiedenisfeest en spiritueel feest


PESACH: FEEST VAN DE BEVRIJDING

Pesach: feest van de geschiedenis

In het voorjaar – dit jaar laat in verband met de schrikkelmaand Adar 2 - vieren wij weer Pesach. We herdenken de bevrijding van het volk Israël uit de Egyptische slavernij, lang, lang geleden….

De afstammelingen van Jacob, de “Benee Jisraël”, ooit in Egypte, vluchtend voor de hongersnood, aangeland, waren in de loop van ruim vierhonderd jaar uitgegroeid tot een groot volk, maar gaandeweg tot slavernij gebracht en steeds wreder onderdrukt; onder de profetische leiding van Mozes en in een reeks wonderlijke gebeurtenissen worden zij door Far'o vrijgelaten en beginnen zij een reis door de woestijn op weg naar Sinaj waar de volkswording zijn beslag krijgt in het verbond met de Eeuwige die hen naar hun vrijheid geleid heeft.

Archeologisch is er maar weinig voorhanden dat wijst naar de historiciteit van deze wonderlijke geschiedenis. Onze enige bron is het verslag van de Tora.
Volgens de bijbelcommentator Umberto Cassuto wordt de basis van het boek Exodus gevormd door een oorspronkelijk veel ouder episch gedicht, dat de slavernij en de bevrijding beschrijft. Inderdaad ademen vele woorden van dit boek een onontkoombare authenticiteit en tijdloze poëzie.

De Joodse theoloog en filosoof Martin Buber vat het op als een bijzondere sage, waarbij de kern wordt gevormd door het ‘enthousiasme van overweldigende aan het volk overkomen gebeurtenissen' en dit enthousiasme, dat aanleiding gaf tot de herinneringen die de sage vormden, is wel degelijk een deel van de geschiedenis; in die zin zijn de gebeurtenissen rond de uittocht tot en met Sinai niet de historisering van de mythe maar juist veelmeer een mythisering van de historie.

Hoogtepunt in het verhaal van de uittocht is het maal rond het pesachlam, het maal samen genoten, vlak voor het ijlings vertrek uit Egypte in de nacht dat alle eerstgeborenen, behalve die van Israël, werden getroffen.
Volgens Buber e.a. zou Mozes het oude Semitische herdersmaal hebben omgevormd. Dit maal werd in de lente gehouden, waarbij eerstgeboren bokjes werden geslacht en de demonen werden geweerd door het bloed van de bokjes aan de tentpalen te smeren. Het woord Pesach komt van het werkwoord "pasach", dat pas later "overslaan om te ontzien" is gaan betekenen; nog oorspronkelijker betekende het huppelen van het ene been op het andere en kan het geduid hebben op een rituele reidans ("chag" = "feest" betekent ook oorspr. reidans), die wellicht ook werkelijk is uitgevoerd en die de uittocht al voorafspiegelde. Met deze omvorming door Mozes van het lentefeest is, aldus Buber, Pesach van een ritueel bezwerend feest het ‘Geschiedfeest' bij uitstek geworden.

Pesach: feest van de gemeenschap

Pesach is vooral ook het feest waarin wij met familie, vrienden en leden van onze plaatselijke gemeenschap samenkomen, samen spreken en samen genieten.
Na de verwoesting van de Tempel is het feest verplaatst naar de woning en centraal kwam de feestelijke maaltijd te staan, waarin van generatie op generatie het bevrijdingsverhaal verteld wordt: de Seider en het boek waarin het maaltijdritueel met al zijn oeroude teksten beschreven staat, de Haggada, is na de Tora en de Sidoer het meest populaire Joodse boek.
Het is de bedoeling, dat niemand op die eerste of tweede Seidermaaltijd alleen eet: ‘iedereen die honger heeft, kan binnenkomen en meeëten; iedereen die zelf niets heeft kan met ons mee Pesach vieren', zo begint de Haggada. Pesach is het feest waarin we weer goed beseffen dat wij van slaven een gemeenschap zijn geworden, een gemeenschap van intrinsiek vrije mensen en zó genieten wij van ons samenzijn. Wat aandoenlijk symboliseert de Haggada dat nog steeds met een symbool uit de Romeinse tijd: wij drinken de voorgeschreven vier bekers wijn nog altijd leunend op de linkerarm, zoals de rijke Romeinse burgers dat deden, aanliggend aan hun lage tafels tijdens hun symposia, waaraan de Seider nog steeds naspeurbaar aan is gemodelleerd.

Eigenlijk is het passend bij iedere Seider te denken aan alle omgekomenen, wier schreeuw om bevrijding niet is beantwoord.

Pesach: feest van de doorgaande bevrijding .

‘In iedere generatie ben je verplicht jezelf te zien alsof jijzelf uit Egypte bent vertrokken', staat er in de Haggada.. Je herbeleeft niet alleen de tijd van toen, maar beleeft ook het nu. We overstijgen de historische details van ooit naar nu. Het proces van bevrijding uit slavernij naar werkelijke vrijheid is nooit afgelopen.
In hoeverre is er nu nog sprake van onderdrukking?
Op vele niveaus is het niet moeilijk, ook niet in de relatief vrije maatschappij waarin wij in Nederland leven, sporen van onderdrukking te traceren. Op veel plaatsen in de wereld liggen symptomen van onderdrukking openlijker aan de oppervlakte. Laat dit eens onderwerp zijn in een fase van de Seider: waar speelt onderdrukking? Waar in de wereld, de maatschappij, in de buurt, in je persoonlijk leven? Waar is nog sprake van onvrijheid, discriminatie, vervolging, antisemitisme? Waar is er bij jezelf nog dwang om dingen te doen,
die je niet wil, om te zwijgen waar je wil spreken? Waar wordt je weerhouden te doen wat jou werkelijk goeddunkt, waar wordt je geblokkeerd om het beste in jezelf te manifesteren?

Pesach: feest van de innerlijke bevrijding

Hieronder wil ik proberen heel kort een visie te geven op dit verhaal, geïnspireerd op de esoterische opvatting, dat de geschiedenis van Israël in Egypte en de verlossing uit de slavernij een diepere betekenis heeft voor de gang van de mens door het leven in deze wereld, anders gezegd dat het verhaal een allegorie is van de weg van de ziel door het fysieke bestaan.
'Israël' staat dan voor onze essentie, voor onze werkelijke bestemming, voor onze ziel.

In een onontkoombaar verlangen om te beleven, ervaren, te leren daalt de ziel af in de fysieke wereld, incarneert in de materie, dit is de aankomst van Jacob - Israël - en zijn door hongersnood gedreven directe afstammelingen in het voedselrijke Egypte; met deze aankomst begint het boek Exodus .

Na een aanvankelijk voorspoedig uitgroeien en opgroeien dringt de materiele wereld zich met zijn eisen, druk, ontberingen en verleidingen steeds onvermijdelijker op. Steeds meer wordt het volk Israël – onze essentie – in een nauwer fysiek en psychisch keurslijf gedwongen. Opvoeding, vorming en andere ingrijpende lotgevallen, die ons overkomen doen ons steeds meer accommoderen aan het systeem, tot in die mate dat we ons bijna geheel geïdentificeerd hebben met dat omringende en onderdrukkende systeem; het systeem hebben we zelfs binnen onszelf hebben gehaald, het heeft ons bezet.
Dit onderdrukkende systeem, dat we nodig denken te hebben voor onze overleving in de fysieke wereld, wordt in de verschillende psychologische en esoterische richtingen wel genoemd:
het ego, of: de persoonlijkheid (soms ook: karakter). In het pesachverhaal wordt het belichaamd door Farao en zijn slavendrijvers, de Egyptische opzichters.

Vaak zijn we onze meest eigen essentie geheel vergeten;
hij ligt verborgen achter vele schillen (‘klipot'in de Joodse esoterie) van het ego. We zijn bijna helemaal ons ego geworden, meer Egypte dan Israël, voor de goede verstaander. Het is een onvermijdelijke fase van de weg van de ziel door de wereld van de noodzaak, het lot, de macht, het geld, de seksuele afleidingen, (de afgoden in het bijbelverhaal).

Maar helemaal vergeten en ontkennen van de ziel is ook onmogelijk. Uiteindelijk is daar, op die plek, de kern van ons levensbeginsel. Het kan er dan toe komen, dat – vaak ondershuids – de benauwenis ondraaglijk wordt, de pijn doorbreekt - ‘de kinderen van Israël schreeuwden het uit en hun hulpgeroep steeg op tot G-d' (Ex. 2-23). Na lange tijd was dit wellicht het eerste werkelijke gebed om hulp.

Die hulp komt in de vorm van Mozes, de innerlijke gids, die als krachtig brandpunt zich in ons openbaart en diep in ons weet en wil wat het beste is voor de ontvouwing van onze onderdrukte essentie. Als we open staan voor die stem - vaak hoor je hem nauwelijks, je moet je afstemmen om er contact mee te krijgen - dan krijg je idee over de weg die te gaan is.

Maar de strijd is nog niet beslist. Het echte gevecht is net begonnen.
Het ego is hardnekkig. Het vindt zich onmisbaar. Het kan weliswaar niet zonder de vitaliteit en de essentie van de ziel, maar het wil wel absoluut de baas blijven. Er zijn misschien wel meerdere crises ( psychische dieptepunten, tegenslagen, soms zelfs verliezen, ziekten, kortom: de plagen, in het hebreeuws de ‘makot') nodig om het ego (‘Farao') te brengen tot erkenning, dat niet hij maar G-d is te dienen en dat ego te brengen tot vrijlating van ons diepste verlangen, op weg te gaan naar wie we in wezen zijn.

Dan ligt de leegte van de woestijn open. De problemen zijn nog niet voorbij, maar het zijn onze eigen authentieke problemen.De zekerheid van het systeem hebben we niet meer en iedere dag moeten we opnieuw vertrouwen schenken.

Lees het oude bijbelverhaal eens opnieuw vanuit deze optiek en je vindt nog veel meer aanrakingspunten.


Rob Cassuto

Voor de kinderen: kijk ook op de LJG website op de jeugdpagina's, gewijd aan Poerim en Pesach:
http://www.ljg.nl/jeugdpagina.html

(geraadpleegd o.a.: Haggada, Ten Have, Baarn; U. Cassuto, A commentary on the Book of Exodus, Magnes Press, Jerusalem; Hans Korteweg, Zonder Einde, Servire; Z'ev Ben Simon Halevi, Kabbala en Exodus, East-West Publications, Den Haag-Londen)


SOEKOT

Soekot, het loofhuttenfeest, is zoals vele Joodse feesten het een feest met vele lagen; het.is een seizoensfeest, een geschiedenisfeest en een spiritueel feest.

in de kalender

In de Joodse feestkalender is Soekot naar zijn aard te plaatsen in twee reeksen.

Het is in de reeks hoge feestdagen – samen met de als het ware aangeplakte dagen van Sjemini Atseret en Simchat Tora - het feest, dat die hoge feestdagen afsluit. Het valt vijf dagen na Jom Kipoer, op de vijftiende van de Joodse maand Tisjri (en dus meestal in oktober) en duurt 7 dagen. In de diaspora zijn de eerste twee dagen heilige feestdagen ( Jom Tov) met werkverbod. De zevende dag is ook een speciale dag, Hosjana Raba, maar geen officiële Jom Tov. De achtste dag is Sjemini Atseret (het Slotfeest), een Jom Tov en rustdag, ingesteld in Lev. 23: 29. De negende dag is Simchat Tora (Vreugde der Wet). In Israël en het Liberale Jodendom worden de laatste twee feesten gecombineerd.


Soekot staat in het teken van lichtheid en vreugde. Uitdrukkelijk zegt de Tora: we-hajta ach sameach (Deut. 16:15), je zult volkomen blij zijn. Een van de andere namen van het feest is: chag simchatenoe, feest van onze blijdschap. Na de dagen van inkeer, vernieuwing en verzoening, die Rosj Hasjana en Jom Kippoer inhouden, vormt Soekot een vreugdevolle afsluiting en luidt eerst waarachtig een nieuwe jaarcyclus in.

seizoensfeest.

Soekot is de derde in de reeks pelgrimsfeesten, opgangsfeesten, samen met Pesach en Sjawoeot., feesten waar de mannen werden opgeroepen naar Jeruzalem te trekken.
Alle drie zijn van oorsprong feesten die wortelen in een agriculturele samenleving. Het zijn seizoensfeesten . Zoals Pesach, oorspronkelijk wellicht een herdersfeest, het lentefeest is, de tijd waarin de eerste tarwe is geoogst, en Sjawoeot het feest is van de eerstelingen, de gerstoogst, is Soekot het feest van de late oogst, vooral van de druiven.
Soekot heet ook wel chag ha-asif, het feest van de inzameling; in die zin is het ook oorspronkelijk een soort dankdag voor het gewas, terwijl ook de smeekbede om voldoende regen in de toekomst in de liturgie nog meeklinkt.
Overvloedige oogsten en voldoende regen betekenden geen zorgen voor de winter en daarna, maar een magere oogst en uitblijven van regen betekenden grote zorgen en de kans op hongersnood. In ons Nederland van deze jaren gaan we daar makkelijk aan voorbij, maar in vele delen van de wereld komt dit nog steeds dicht aan de huid.

de soeka

In vele gebruiken is dat nog terug te herkennen: die basis in de landbouw; en kenmerkend voor het jodendom is de transformatie oorspronkelijke agriculturele riten naar de context van geschiedenis en de creatie van nieuwe religieus-spirituele betekenissen.

Het feest Soekot laat dat goed zien. Centraal staat de soeka, de loofhut. Een tweede belangrijk cultisch object is de loelav, de bundel takken en twijgen plus de etrogvrucht.

De soeka is een hut, die men bouwt in de tuin, aan het huis, op het balkon of op het dak, een primtief bouwsel, dat men na Jom Kipoer begint te bouwen of weer samenstelt uit de vorig jaar opgeborgen latten of andere bouwelementen. Het voorschrift staat in Lev. 23: 42: Zeven dagen moeten jullie in hutten wonen; alle ingezetenen in Israël moeten in hutten wonen.

De rabbijnen hebben later uitgebreid en precies omschreven waaraan de loofhut minimaal moet voldoen. Zo moet hij minstens twee eigen wanden hebben, plus een klein stukje, sommigen zeggen: totaal twee en een halve wand. De wand mag van allerlei materialen zijn gemaakt, b.v. latten met zeil. Het dak moet gemaakt zijn van materiaal dat in de grond gegroeid is geweest, maar daaruit los gemaakt, zoals latten en riet. Er moeten openingen zijn in het dak, zodanig dat je 's-nachts de sterrenhemel kan zien, maar de schaduw die de dakbedekkende elementen geven moet meer zijn dan het zonlicht er overdag door kan schijnen.
Een belangrijk onderdeel van de soeka is de versiering met loof, fruit en kindertekeningen. Het bouwen van de loofhut door het gezin is met name voor de kinderen een spannend gebeuren.
De hut wordt ingericht met een tafel, stoelen, servies e.d.

Aannemelijk is de hypothese dat de soeka voortkomt uit de provisorische hutjes die de landarbeiders gebruikten om te overnachten tijdens de oogst van druiven en andere late seizoensgewassen. Daar doen de hutten qua structuur méér aan denken dan aan onderkomens die dienden voor de veertigjarige woestijntocht, maar dáár is de soeka in de eerste plaats mee geassocieerd; in Lev. 23:43 is te lezen: opdat jullie toekomstige geslachten het zullen weten, dat ik de Kinderen van Israël in hutten heb laten wonen, toen Ik hen uit het land Egypte heb gevoerd .

Het oude landbouwfeest heeft in het Jodendom dus een flinke transformatie ondergaan.
Het is het geïnspireerde inzicht van Mozes geweest om de oude cultische riten te vernieuwen, te zuiveren en te transformeren in feesten, die de geschiedenis van Israël markeren en tegelijk geladen zijn met een indringende ethische en spirituele betekenis.
Soekot roept in herinnering hoe Goddelijke voorzienigheid het volk van Israël in de meest primitieve omstandigheden van woestijn en ontbering door de tijd heeft geleid.
Daarmee is, niet alleen voor Israël maar voor alle mensen, een grondbetekenis van Soekot: het weer besef hoe geworteld wij zijn in de natuur, hoe wij overgeleverd zijn aan de grillen van het lot, onderworpen aan de voorzienigheid van de Eeuwige, het appelleert indringend aan een bewustzijn hoe dicht wij toch nog staan bij de oerelementen, een bewustzijn dat in onze luxueuze huizen of flats, temidden van onze moderne voorzieningen, maar al te verduisterd is.
Het meest van alle feesten brengt Soekot ons weer in relatie met de natuur.

Diepere betekenissen zoals boven beschreven klinken steeds mee in de vreugdevolle en speelse ambiance van de Soeka .
Een stukje meebepalende motivatie is wellicht nog te zoeken in de mens als groot kind, als ik mij bedenk hoe spannend en leuk het was en is als kind een hut te bouwen in de tuin, in de boom of op het speelveld.

Het is de bedoeling zeven dagen in de soeka te verblijven. In de praktijk van ons noordelijk klimaat komt het neer op het dagelijks nuttigen van een maaltijd, lernen of een goed gesprek..

In Nederland heeft niet iedereen de gelegenheid om een soeka te bouwen. Sommige gemeenteleden hebben er wel een en ontvangen dan hun gemeentegenoten. Grotere synagogen hebben een kamer of zaal met een te openen dak en die kan dan als soeka worden ingericht.

de loelav

In de soeka en in de sjoeldiensten op Soekot wordt een belangrijke plaats ingenomen door de Loelav. Dit is de combinatie van de etrogvrucht – een citrussoort uit Israël– en een bundel van een palmtak (van de dadelpalm), 2 wilgentakken en 3 myrtetakken. Dit zijn de zogenaamde ‘arba miniem', de vier soorten, zoals ze worden opgevat ingevolge het voorschrift van Lev. 23, 40: ‘Nemen jullie op de eerste dag een mooie vrucht, een tak van de dadelpalm, een mirtetak en beekwilgen…'.

Ieder jaar worden ze na nauwkeurige inspectie – vooral van de etrog - samengesteld.

De vrucht en de bundel worden in de hand gehouden en in de Soeka zegt men de bijbehorende zegenspreuk (beracha) en dan worden ze in zes richtingen van de schepping gezwaaid, naar het oosten, zuiden, westen, noorden, naar de hemel omhoog en naar de aarde omlaag. Dit is het zogenaamde ‘sjokkelen'.
In de diensten worden ze in de hand gehouden tijdens de dagelijkse rondgangen om het spreekgestoelte en de tijdens iedere dienst gereciteerde psalmen, het zogenaamde Halleel, psalmen 113-118. Op twee momenten tijdens psalm 118, waarop ‘Hosja na' (=red ons toch) wordt gezegd worden ze gezwaaid.

Ook de loelav heeft ongetwijfeld zijn oorsprong in landbouwrituelen. Mogelijk heeft de bundel symbool gestaan voor de overvloedige geschenken van de natuur.

Maar de midrasj heeft zich ook over de loelav ontfermd en heel gangbaar is deze symboliek:
de bestanddelen van de loelav vertegenwoordigen de leden van de gemeenschap. De etrog heeft geur én smaak en symboliseert degene die Tora leren maar ook doen. De myrte geurt maar heeft geen smaak, en staat voor degene die wel kennis heeft maar deze niet in praktijk brengt. De palmtak verwijst naar de dadel, die smaakt lekker maar heeft geen geur; hij vertegenwoordigt degene die goede daden praktiseert maar zich verder niet met kennis van de Tora bezig houdt. De wilgentak heeft geur noch smaak en staat voor degene zich noch in kennis nog in daden onderscheidt. Toch horen allen in de gemeenschap van Israël, heeft ieder zijn bijdrage en kan ieder in beginsel van ‘soort' veranderen; vandaar dat deze soorten verenigd zijn tot één bundel.

meer betekenissen

Zoals gezegd heeft Soekot een schat aan gewoonten en symboliek, die verwijst naar ruimere betekenissen, die landbouw en geschiedenis overstijgen.

Een aantal wil ik nog aanstippen.

Soekot duurt zeven dagen. Een gebruik is om iedere dag – naast de gewone gasten - een spirituele gasten te ontvangen, illustere voorbeelden uit het bijbels verleden, die aangeduid worden met de verzamelterm uit het Aramees ‘Oesjpiezien', de eerste dag staat Awraham centraal, de tweede dag Jitzchak, dan Jacob, Jozef, Mozes, Aharon en op de zevende dag David. Ze worden geassocieerd met de zeven lagere sefirot (dus van Awraham=chesed, ‘lovingkindness' naar David=malchoet, (G-d's) koninkrijk)

De zeven dagen verwijzen ook naar de zeven scheppingsdagen. Hierin krijgt het feest van Soekot ook een meer dan alleen geschiedkundige en religieuze betekenis voor het Joodse volk, het ‘am Jisraël; het krijgt een universele strekking voor de hele mensheid.

Dit komt ook al enigszins tot uiting in het zwaaien van de loelav naar alle richtingen van de schepping, oost, zuid, west, noord, hemel en aarde.
Diezelfde combinatie van bijzonder en universeel ligt ook besloten in de sjabbat, die ter herdenking is van zowel de schepping – zecher ma'asee - als de uittocht uit Egypte – zecher jetsiat Mitsrajiem - .

Ook de voorschriften rond de soeka bevatten een verwijzing: de afmetingen en hoedanigheid van wand en dak van deze plek van beschutting en vrede zijn precies beschreven, maar de horizontale omvang is onbeperkt. Hij kan in principe de hele wereld omvatten!
Zo landen we aan bij de Messiaanse strekking van het loofhuttenfeest, dat als een metafoor te zien is voor – in de woorden van R. Yehuda Aschkenasy en Eli Whitlau - het dwalen van de mensheid in de woestijn van de geschiedenis op weg naar de eindtijd, naar de soekat sjalom , ‘de loofhut van de vrede' die eens over de aarde zal worden gespreid, wanneer de Heilige Hij zij gezegend Zijn Aangezicht niet meer verbergen zal. De profeet Zacharia besluit zijn profetie met het beeld van een universeel loofhuttenfeest:

De overlevenden van de volken die Jeruzalem hebben belaagd, zullen dan jaarlijks naar de stad komen om de HEER van de hemelse machten als koning te vereren en het Loofhuttenfeest te vieren .

In diezelfde passages zegt Zacharia de woorden die in het Alenoe-gebed zijn opgenomen:

En de HEER zal koning worden over de hele aarde. Dan zal de HEER de enige God zijn en zijn naam de enige naam .

Soekot in de Evangeliën

Tenslotte deze vraag: klinkt Soekot nog door in het Christendom?

De eerste twee pelgrimsfeesten, Pesach en Sjawoeot, hebben hun christelijke tegenhanger gekregen in de vorm van Pasen en Pinksteren. Van Soekot is er weinig spoor te bekennen.

De christelijke dankdag voor het gewas is zo toch niet echt te kenschetsen.
Interessant is Thanksgiving Day, een dankfeest voor de oogst in de U.S. dat ook zijn wortels heeft in de geschiedenis, die van de Pilgrim Fathers.

Sommigen menen dat in de Evangeliën wél sporen zijn te vinden van Soekot.
Zo is er de verheerlijking op de berg, waar Petrus sprak: “tegen Jezus: ‘Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als u wilt zal ik hier drie tenten opslaan, een voor u, een voor Mozes en een voor Elia.'” . De evangelist gebruikt voor tent het woord ‘skènè', dat de griekse vertaling is voor ‘soeka'. De aanwezigheid van Mozes en Elia doet denken aan het gebruik van de ontvangst van spirituele gasten tijdens Soekot. Vond de verheerlijking op de berg plaats tijdens Soekot?

Een aantal bijbelgeleerden viel het op dat de intocht van Jezus in Jeruzalem, die de Goede week inluidde, sterk deed denken aan Soekot. Zo staat er (Mattheus 21):
Vanuit de menigte spreidden velen hun mantels op de weg uit, anderen braken twijgen van de bomen en spreidden die uit op de weg. De talloze mensen die voor hem uit liepen en achter hem aan kwamen, riepen luidkeels: ‘Hosanna voor de Zoon van David! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in de hemel!'

Het gaat daarbij om de palmtakken, die niet bij Pesach horen maar wel bij Soekot, en de roep ‘Hosanna' uit psalm 118. De mogelijkheid is geopperd , het gebeuren van de intocht door de evangelisten in de tijd telescopisch is verkort naar het Paasgebeuren. Ook het citaat in de betreffende passage uit Zacharia doet denken aan diens Messiaanse voorzegging van het universele loofhuttenfeest, dat eindigt met: ‘Als die tijd aanbreekt, zullen er nooit meer handelaars zitten in de tempel van de HEER van de hemelse machten. '

Had Jezus, toen hij de handelaren uit de tempel verjoeg tijdens wat misschien de Soekot-week was, ook deze profetie van Zacharia voor ogen?

literatuur:

J.J. Petuchowski, Van Pesach tot Chanoeka, Ten Have, Baarn

Edward van Voolen, Joods leven, thuis en in de synagoge, Ten Have, Baarn

Michael Strassfeld, The Jewish Holidays, Harper and Row, New York

Tenachon 4, 1999, Over de Joodse feesten, Soekot, schuilhut voor alle volken

website b.v. Judaism 101: Sukkot. http://www.jewfaq.org

nog iets over de jaarcyclus van joodse feesten
Het is mogelijk en inspirerend de cyclische beweging van de Joodse feesten is te zien als een afspiegeling van de eigen innerlijke ontwikkelingsgang, van het microniveau per dag, via het mesoniveau van het jaar, naar het niveau van de gehele levensspan. Soekot staat in het laatste geval voor de decennia 50 plus.

Pesach - bevrijding uit vreemde onderdrukking en bewustwording naar vrijheid en eigen authenticiteit
Sjawoeot – in vrijheid kiezen voor ethische omgang en naastenliefde,

de rouwperiode rond Tisja be-Av – ontmoeting met de tegenstand van eigen innerlijk, de weerbarstigheid van de materie, dood en verlies,

Rosj Hasjana en Jom Kipoer - inkeer en ommekeer, tesjoewa, overgave

Soekot – de vreugde van een nieuw begin, steeds na alle opgedane terugval en tegenslag weer een nieuw begin, een nieuwe cyclus gaat in

fraai bewerkte doos om de etrogvrucht in te bewaren

Joodse feesten

 

Pesach
Soekot